1

In het nieuwe zorgakkoord zullen zieke mensen vaker op zichzelf zijn aangewezen

Mensen die ziek zijn zullen de komende jaren vaker op zichzelf zijn aangewezen. Ze zullen vaker online in plaats van bij de huisarts hun antwoorden moeten vinden of alleen aanspraak maken op een digitaal consult. Ze zullen verder moeten reizen voor de benodigde zorg, en er soms meer voor moeten betalen.

Dat is het toekomstbeeld dat oprijst uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) waarin minister Ernst Kuipers (Zorg, D66) en de zorgsector afspraken maken voor de komende vier jaar, en dat in handen is van NRC. Het akkoord ligt nu bij de branchepartijen, zoals huisartsen, wijkverpleging en ziekenhuizen. Het is de bedoeling dat die daar volgende week hun handtekening onder zetten. Met het akkoord hoopt Kuipers de zorgkosten in toom te houden.

Opvallend is dat het akkoord grotendeels gelijk is aan het concept dat vorige maand al uitlekte. Ook punten waarop veel kritiek kwam zijn weinig veranderd. De vorige versie veroorzaakte een hoop onrust onder met name huisartsen en wijkverpleegkundigen. Hun budget wordt naar beneden bijgesteld. Bij huisartsen gaat het om 80 miljoen minder, bij wijkverpleegkundigen om maar liefst 600 miljoen. Geld dat afgelopen jaren bedoeld was voor de sector, maar bij zorgverzekeraars op de plank bleef liggen. De sectoren waren daar boos over: verzekeraars hadden dat geld gewoon moeten uitgeven.

(Bron en volledig artikel: NRC)




Collectieve zorgverzekering in 2023 mogelijk 260 euro per jaar duurder

Wie een collectieve zorgverzekering heeft, bijvoorbeeld via het werk, gaat volgend jaar flink meer premie betalen voor de basisverzekering.

Dit blijkt uit onderzoek van de financiële vergelijkingssite Geld.nl. De collectiviteitskorting wordt per 2023 namelijk afgeschaft. “Dat scheelt gemiddeld 6,71 euro per maand op de basisverzekering. Daar bovenop komt nog de premiestijging van 15 euro per maand die het Kabinet voor 2023 verwacht. Zo kom je dus uit op gemiddeld 260 euro meer premie per jaar”, legt financieel expert Amanda Bulthuis van Geld.nl uit. Dat meldt Geld.nl.

Geld.nl bekeek voor 10 grote werkgevers in Nederland hoeveel korting zij nu bieden op de basisverzekering via hun collectiviteit. Meestal bieden de zorgverzekeraars 5 procent korting op de basisverzekering. Dit komt neer op ongeveer 6 tot 7 euro per maand. Die korting komt per 2023 te vervallen. Daarnaast verwacht het Kabinet dus dat de premies voor basisverzekeringen volgend jaar sowieso met gemiddeld 15 euro per maand stijgen.

(Bron en verder lezen: Nationale Zorggids)




Bijna helft mensen heeft niet meer premie over voor zorg

Bijna de helft van de Nederlanders (een kleine 45 procent) is niet bereid meer zorgpremie te betalen om de kwaliteit van de zorg op peil te houden. Dat meldt het Zorginstituut Nederland op basis van een onderzoek onder 2000 Nederlanders.

Foto: Sittard Geleen Nieuws

Van de ondervraagden wil ongeveer een kwart wel een hogere premie betalen, als daardoor de kwaliteit van de zorg voor henzelf goed blijft. Het zorginstituut start dinsdag een campagne onder de noemer ‘de zorg van morgen’, over de toekomst van de zorg. De kosten stijgen, evenals het aantal mensen dat in de toekomst zorg nodig zal hebben.

“Als er niets verandert, zullen patiënten in de nabije toekomst niet langer in alle gevallen kunnen rekenen op goede zorg”, stelt Sjaak Wijma, voorzitter van de raad van bestuur van het Zorginstituut. “We moeten bedenken wat we belangrijk vinden in de zorg, keuzes maken en elkaar daaraan houden.”

Het anders organiseren van de zorg is een populaire manier om de almaar stijgende zorgkosten te drukken en de zorg toegankelijk te houden. 70 procent ziet dit zitten. Zo moet volgens een meerderheid meer focus komen te liggen op het voorkomen van ziekten, in plaats van die behandelen. Ook moet het maken van gezondere voedingskeuzes makkelijker en goedkoper worden gemaakt. Ook weer 70 procent zegt daarnaast “een eigen verantwoordelijkheid te voelen bij het goed en betaalbaar houden van de zorg”.

(Bron en verder lezen: Sittard Geleen Nieuws)




‘Meer mensen bereid om te betalen voor zorgbehandelingen van anderen’

De meeste mensen in Nederland (78% van de bevolking) geven aan bereid te zijn om te betalen voor zorgbehandelingen waar men zelf geen gebruik van maakt, maar anderen wel. De betalingsbereidheid is licht toegenomen tussen 2013 en 2021. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van de Barometer Solidariteit van het Nivel.

Het Nederlandse zorgstelsel is gebaseerd op solidariteit. Mensen betalen mee aan de zorgkosten van henzelf en anderen, onder andere via de premie voor de zorgverzekering. Aan de hand van de ‘Barometer Solidariteit in het Nederlandse Zorgstelsel’ meet het Nivel sinds 2013 om het jaar de solidariteit. Hierin vragen we de bevolking in Nederland naar de bereidheid om te betalen voor de zorgbehandelingen van anderen. Ook onderzoeken we hoe mensen de solidariteit van anderen inschatten.

De bereidheid om te betalen voor de zorg van anderen is licht toegenomen van 73% in 2013 naar 78% in 2021. De verwachte solidariteit van anderen is door de jaren heen niet veranderd. In 2021 verwacht 61% van de Nederlandse bevolking dat anderen bereid zijn om te betalen voor zorgbehandelingen van anderen, tegenover 60% in 2013.

(Bron en volledig artikel Blik op Nieuws)




Patiëntenfederatie vraagt opnieuw aandacht voor stapeling van zorgkosten

De opeenstapeling van zorgkosten blijft een probleem, zeker voor mensen die zorg en ondersteuning, geneesmiddelen en hulpmiddelen nodig hebben die worden betaald uit verschillende wetten en voorzieningen. Er is in de afgelopen kabinetsperiode al wel het een en ander gedaan om de stapeling van zorgkosten te verminderen, maar nog niet voldoende. Dat schrijft Patiëntenfederatie Nederland in een brief aan de Tweede Kamer. Die spreekt deze dagen over de begroting van het ministerie van VWS voor komend jaar.

Uit de brief: “Hulpmiddelgebruikers hebben vaak nog kosten voor niet-verzekerde zorg. Deze kosten worden niet beperkt door wettelijke maatregelen. De totale kosten voor de hulpmiddelgebruikers liggen daardoor vaker hoger en de verschillen in kosten tussen hulpmiddelgebruikers zijn groter.”

De Patiëntenfederatie pleit voor een duurzame aanpak om de stapeling van zorgkosten en meerkosten te verminderen. En dat niet alleen. “Naast de stapeling van kosten, zijn de regelingen ingewikkeld. Zet daarom ook in op substantiële vereenvoudiging van regelingen. Zoals het maximeren van alle eigen bijdragen voor hulpmiddelen en zelfzorgmiddelen op voorschrift van een arts op één vast bedrag per jaar. Vergelijkbaar met de eigen bijdrage voor medicijnen uit het GVS. Of door alle eigen bijdragen in de zorgverzekeringswet af te schaffen. De zorgkosten waarvoor de eigen bijdragen gelden, tellen immers al mee voor het eigen risico.”

(Bron en volledig artikel Patiëntenfederatie Nederland)




Zorgkosten voor chronisch zieken rijzen de pan uit: Janet en Gregory zijn per maand ruim 900 euro kwijt

Zorgkosten voor mensen met een chronische ziekte rijzen de pan uit. Dat geldt ook voor Gregory en Janet Dunker. Zij moeten iedere maand samen 917 euro aan kosten voor zorg neerleggen, omdat de verzekering niet alles vergoedt.

Uit onderzoek van Iederin, een netwerk van mensen met een beperking of chronische ziekte, blijkt dat 61 procent moet bezuinigen vanwege hoge zorgkosten. 2000 mensen met een chronische beperking deden mee aan het onderzoek. Ruim 40 procent heeft wel eens zorg gemeden of uitgesteld. Dat heeft soms gevolgen voor de gezondheid, zoals verergering van pijn en klachten of een slechter gebit.

Gregory en Janet Dunker uit Hilversum stellen geen zorg uit, maar er blijft door de hoge zorgkosten weinig over voor leuke dingen en sociale activiteiten. Gregory heeft het syndroom van Alström, een zeldzame erfelijke aandoening waardoor hij blind is en slecht hoort. Verder heeft hij diabetes, een pacemaker en kreeg hij onlangs nieuwe knieën. Zijn vrouw Janet heeft de ziekte van Crohn, een chronische darmziekte.

(Bron en volledig artikel EenVandaag)




Zorgkosten gaan weer richting ‘het oude normaal’

De kosten in de Zorgverzekeringswet (Zvw) lijken weer op een normaal niveau te komen in de loop van 2021. Vergeleken met 2020 dalen de verwachte extra coronakosten. De geleverde zorg lijkt in sommige sectoren weer terug te keren naar het niveau van voor de coronacrisis, blijkt uit de voorlopige cijfers van de ZorgCijfers Monitor over het eerste kwartaal van 2021. Dit meldt Zorginstituut Nederland. 

Bij sommige vormen van zorg is het herstel naar het normale niveau sterker dan bij andere. De kosten van mondzorg daalden in 2020 bijvoorbeeld fors door een gedeeltelijke sluiting van tandartsen. In 2021 zijn de verwachte uitgaven voor mondzorg weer in lijn met de groei van voor de corona-uitbraak. Bij de medisch-specialistische zorg is dit beeld nog niet te zien. De schatting hiervan zijn nog onzeker. De totale uitgaven aan het basispakket stijgen in 2021 naar verwachting met 293 miljoen euro (0,6 procent) naar 48,4 miljard euro vergeleken met 2020.

(Bron en volledig artikel Nationale Zorggids)




‘Hoge medicijnkosten geen reden voor hogere zorgpremie’

De verhoging van de zorgpremies kan volgens de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) niet worden toegeschreven aan de prijs van medicijnen.

De VIG reageert daarmee op het bekendmaken van de zorgpremies voor 2021, die door verschillende grote zorgverzekeraars worden verhoogd. Het kabinet ging op Prinsjesdag uit van een stijging van de zorgpremie van ruim 5 euro per maand, maar die verhoging valt bij veel zorgverzekeraars hoger uit. Zij noemen de stijgende medicijnkosten als een van de oorzaken.

De vereniging, waarbij ruim veertig in Nederland gevestigde bedrijven die zich richten op geneesmiddelenontwikkeling zijn aangesloten, spreekt dat tegen. “Het is jammer dat de zorgverzekeraars de mythe van hoge medicijnprijzen in stand proberen te houden. Terwijl zij heel goed weten dat de kosten per pil al jaren dalen”, zegt Gerard Schouw, directeur van de VIG. De werkelijke reden is volgens hem de sterke stijging van het aantal mensen dat een beroep doet op de gezondheidszorg.

(Bron en volledig artikel Skipr)




Zorg overslaan vanwege hoge kosten? ‘Vooral jongeren niet bewust van risico’s’

Bijna een op de drie Nederlanders (31 procent) heeft wel eens een bezoek aan een zorgverlener overgeslagen omdat ze de kosten ervan niet wilden of konden betalen. Vooral 18- tot 35-jarigen zeggen vaker zorg te missen vanwege het geld. Dat meldt online consumentenadviseur Pricewise na onderzoek onder 2000 mensen.

Pricewise onderzoekt sinds 2015 jaarlijks de zorgkennis van Nederlanders met vragen over onder meer de basisverzekering, eigen bijdrage, zorgkosten en vergoedingen. Dit jaar scoorden de deelnemers aan het onderzoek gemiddeld een 6.2, tegenover een 4.9 vorig jaar. Jongeren scoren een 5.8.

Voor velen is het volgens Pricewise vooral onduidelijk wat de basisverzekering vergoedt en welke zorgkosten ten laste komen van het verplichte eigen risico. ‘Deze onwetendheid leidt tot hoge onverwachte zorgkosten en het overslaan van zorg vanwege hoge kosten’, aldus de adviseur.

Jongeren kiezen relatief vaak voor enkel een basisverzekering met een zo laag mogelijke zorgpremie, zegt Suzanne Löwik van Pricewise. ‘Jongeren hebben de minste kennis over zorgverzekeringen en slaan vaker zorg over. Dit zou erop kunnen duiden dat jongeren niet goed weten hoe ze zich moeten verzekeren en omwille van de kosten dus zorg overslaan. Het missen van zorg kan uiteindelijk leiden tot nog hogere kosten in het daaropvolgende zorgjaar.’

(Bron en volledig artikel Radar)




Zorgkosten kunnen écht omlaag, blijkt uit proef in twee ziekenhuizen

Ziekenhuis Bernhoven in Uden en het Beatrix-ziekenhuis in Gorinchem gelden al jaren als pioniers in de strijd tegen ­­onnodig dure zorg. Nu is het ook bewezen. Bij minder behan­delen blijft de zorg op peil en lopen de patiënten niet weg.

Foto door Karolina Grabowska via Pexels

Een operatie bij een liesbreuk? Als een medisch specialist de tijd neemt om de voor- en nadelen te bespreken ziet een groot deel van de patiënten van de ingreep af. Een neustussenschotoperatie kan ook prima in de dagbehandeling, scheelt de patiënt weer een nacht van huis. En als medisch specialisten ingeroosterd worden om telefonisch te kunnen overleggen met de huisarts, blijkt dat een boel doorverwijzingen te kunnen voorkomen.

Zomaar wat van de initiatieven waarmee de ziekenhuizen Bernhoven uit Uden en het Beatrix-ziekenhuis uit Gorinchem de afgelopen jaren hebben geprobeerd overbodige zorg het ziekenhuis uit te kieperen. Dat is gelukt, concluderen nu het Centraal Planbureau (CPB), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en IQ Healthcare, een onderzoeksafdeling van het Radboudumc, in liefst drie gezamenlijke rapporten.

Het Beatrixziekenhuis verleende 7 procent minder zorg dan vergelijkbare ziekenhuizen, Bernhoven zelfs 13 procent minder. ‘Waar andere ziekenhuizen zeggen niet minder zorg te kunnen leveren, omdat de zorgvraag door de vergrijzing alleen maar toeneemt, tonen deze ziekenhuizen aan dat het is gelukt het behandelvolume te laten dalen, al hebben de huisartsen een deel van de zorg opgevangen’, zegt Simone van Dulmen, de hoofdonderzoeker van IQ Healthcare. Daarbij bleef de kwaliteit van zorg op peil en weken patiënten niet uit naar andere ziekenhuizen, zoals werd gevreesd.

(Bron en volledig artikel Volkskrant)