Hoe vrouwen vergeten werden in het Covid-19-onderzoek

Lang is genegeerd dat medicijnen en vaccins een ander effect kunnen hebben op vrouwen dan op mannen. Bij het testen van coronavaccins blijkt opnieuw vrijwel niet te zijn gekeken naar verschillen tussen de seksen. 

Misschien is het toeval, misschien ook niet. Maar pijnlijk is het zeker. Want de combinatie van bloedstolsels (trombose) en een verlaagd aantal bloedplaatjes (trombocytopenie) die zich in Europa bij tientallen mensen voordeed na toediening van het AstraZeneca-vaccin, zaait twijfel over de veiligheid van dat vaccin. Mogelijk vandaag al komt het Europees ­Geneesmiddelenbureau (Ema), dat toezicht houdt op vaccins en geneesmiddelen, met een nieuw oordeel over AstraZeneca. Voor de zekerheid zijn in Nederland vaccinaties voor mensen onder de zestig even stilgelegd.

Extra opvallend aan de gevallen is dat het vrijwel enkel jongere vrouwen betreft – vijf in Nederland, van wie er een is overleden. Dat roept allerlei vragen op. Is dat inderdaad toeval (het gaat immers nog om heel weinig gevallen) of komt het omdat er voornamelijk vrouwen mee zijn gevaccineerd? Er zijn immers veel werknemers in de zorg die AstraZeneca hebben gekregen, en in de zorg werken meer vrouwen dan mannen. Of komt het doordat vrouwen gevoeliger zijn voor het vaccin, doordat de kans op zeldzame maar ernstige bijwerkingen bij vrouwen groter is? En hadden we dat laatste dan niet al kunnen weten bij alle vooronderzoeken?

Niet echt, blijkt uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor Trouw, EenVandaag en De Groene Amsterdammer. Want de vaccinmakers hebben het element ‘sekse’ goeddeels genegeerd in het vaccinonderzoek en de behandelmethoden van Covid-19. Zo had geen van de gepubliceerde klinische proeven van vijf coronavaccins de opgetreden bijwerkingen uitgesplitst naar sekse. En dat begint te knellen, want de gevoeligheid voor trombose is niet het enige verschil tussen mannen en vrouwen dat naar voren komt in de coronacrisis.

(Bron en volledig artikel Trouw)




Vrouwspecifieke gezondheidszorg: ‘Volgende maand gaat het vast beter’

(Bron en volledig artikel Opzij)
Dat vrouwspecifieke gezondheidszorg nog een boost kan gebruiken, is een understatement. Nog los van wetenschappelijk onderzoek waaraan het vaak ontbreekt. Daar hebben we het in OPZIJ al veel en vaak over gehad. Maar er is positief nieuws: steeds meer gezondheidsprofessionals leggen zich toe op vrouwspecifieke zorg, vanuit allerlei disciplines. Ook digitaal. Een interview met interventiecardioloog Yolande Appelman, journalist Paula Kragten, directeur van Zus & Zorg Mariska Meijer, vrouwenarts Azucena Cuijpers, verpleegkundig overgansconsulent Stef Boes, hoogleraar Erik Scherder en gynaecoloog Dorenda van Dijken.

Goede, op de behoeftes van het vrouwenlijf afgestemde zorg bieden is één. Zichtbaar zijn voor wie naar een arts, therapeut of andere zorgprofessional in een specifiek vakgebied op zoek is, gaat daaraan vooraf. Hoe kun je als patiënt of zorgconsument, zoals dat zo chic heet, je weg vinden in het woud aan gezondheidsplatforms, vaak met een heimelijke sponsor? Hoe weet je welke informatie betrouwbaar is?

OPZIJ sprak met een aantal mensen met een visie, een missie én een plan. Spoiler alert: een overkoepelend, onafhankelijk platform voor alle vrouwspecifieke zorg in Nederland is inmiddels in de maak. Met betrouwbare informatie over alle mogelijke aandoeningen, een up-to- date overzicht van zorgprofessionals die op dat terrein de beste zorg kunnen leveren én de mogelijkheid om online consulten te boeken of webinars bij te wonen.

Yolande Appelman (1963) is als interventiecardioloog verbonden aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc, met als belangrijkste aandachtsgebied: hart- en vaatziekten bij vrouwen. Daarnaast bekleedt ze nog tig andere functies, zo is ze voorzitter van de Denktank Gender & Gezondheid VUmc, bestuurslid van EAPCI- Women, een Europese vereniging interventiecardiologie met focus op hart- en vaatziekten bij vrouwen.

Wat is je missie in dit werk?

“Om de aandacht voor hart- en vaatziekten bij vrouwen te vergroten, een inhaalslag te maken met betrekking
tot de kennisachterstand en onderzoek te doen naar hartklachten veroorzaakt door disfunctioneren van de bloedvaten van het hart. En meer in brede zin: onderzoek naar en zorg voor vrouwen te verbeteren. In onderzoek moet altijd het antwoord gegeven kunnen worden of de uitkomst zowel voor mannen als voor vrouwen geldt, hetgeen nu vaak niet het geval is. Veel zorgverleners hebben onvoldoende kennis van het feit dat ziekten anders kunnen zijn bij vrouwen. Vrouwen worden daardoor vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Dat kan en moet echt anders.”

Klik hier voor het volledige artikel!




Dokters, neem vrouwen (en hun kwalen) eens serieus

Het ‘Handboek voor vrouwen met mysterieuze kwalen‘ is onlangs verschenen. Het is het relaas van een chronisch zieke vrouw, die van het kastje naar de muur wordt gestuurd, op onderzoek uitgaat en tot de ontdekking komt dat veel ziektes waaraan vrouwen lijden niet worden herkend of erkend door de medische wereld. Hoe komt dat? En: wordt het niet eens tijd dat te veranderen?

Bij Sarah Ramey begon het met een urineweginfectie, die met een antibioticakuur wel te behandelen zou zijn. Dat bleek echter niet het geval. Sterker nog, in de jaren die volgden kreeg Ramey er steeds meer klachten bij. Van extreme vermoeidheid, buikpijn en candida tot darmklachten: de lijst werd langer en langer. Als dochter van twee artsen besluit ze, ten einde raad, zelf op onderzoek uit te gaan. Ze komt erachter, na vele gesprekken met vrouwen die net zulke vage klachten hebben als zij, dat ze verre van de uitzondering is.

Ramey besluit een boek te schrijven over al die chronische ziektes die vooral bij vrouwen voorkomen, van MS tot het chronischevermoeidheidssyndroom en de ziekte van Lyme. Tijdens haar zoektocht valt het haar op dat al die zieke vrouwen, die ze WOMI’n noemt (‘women with a mysterious illness’) vaak niet serieus zijn genomen door artsen: dat ze bijvoorbeeld te horen hebben gekregen dat ze te gestrest zijn, of dat het alleen maar ‘tussen de oren zit’.

Herkenbaar, weet journalist en blogger Vala van den Boomen. Pas na 36 (!) jaar kwam er een einde aan de zoektocht naar de mysterieuze ziekte die zij bleek te hebben: het syndroom van Ehlers-Danlos, een verzamelnaam voor een zeldzame erfelijke groep bindweefselafwijkingen.

(Bron en volledig artikel RTL Nieuws)