1

Nog steeds sociale isolatie voor veel chronisch zieken na coronacrisis

Ook na het versoepelen van de meeste coronamaatregelen leven er nog mensen in sociale isolatie om blootstelling aan het coronavirus te voorkomen. Zij vermijden sociale contacten, zoals het bezoeken van bekenden, theater of horeca. Dat geldt voor twee procent van de deelnemers aan gedragsonderzoek van het RIVM van afgelopen maart.

De mate van sociale isolatie varieert van volledig binnen blijven tot niet of minder vaak uitgaan naar bijvoorbeeld horeca of theater. Sociale isolatie komt zes keer vaker voor onder deelnemers met een ernstige afweerstoornis en bijna drie keer vaker onder deelnemers met een andere medische aandoening, dan onder deelnemers zonder medische aandoening.

Uit het onderzoek komen verschillende redenen voor sociale isolatie naar voren. Een deel van de mensen die in sociale isolatie leven, is bang voor besmetting vanwege een ernstige afweerstoornis en/of andere medische aandoening, zoals (ernstig) overgewicht of een chronische ziekte.

(Bron en verder lezen: Zorgkrant)




Ondanks positieve PCR-test sneller uit isolatie

Ondanks een positieve PCR-test kunnen ernstige zieke coronapatiënten soms veilig uit isolatie. Die conclusie uit onderzoek van Erasmus MC-wetenschappers heeft geleid tot aanpassingen van internationale richtlijnen voor infectiepreventie.

Klinisch viroloog Jeroen van Kampen coördineerde het onderzoek dat leidde tot de aanpassing van de richtlijnen, waardoor patiënten eerder uit isolatie kunnen. ‘We zijn begonnen in maart, toen we het scenario zagen aankomen dat we wellicht zouden moeten gaan kiezen wie wel en wie niet in isolatie kon worden verpleegd. Op dat moment mocht een coronapatiënt pas uit isolatie nadat de PCR-test twee keer negatief was. We wisten echter dat zo’n test lang positief kan blijven – tot wel twee maanden – terwijl iemand wellicht niet meer besmettelijk is.’

Onderzoek onder 129 ernstig zieke coronapatiënten wees uit dat er een betrouwbaardere test is voor besmettelijkheid : een bepaling van coronavirus-antistoffen in het bloed. ‘Het gaat specifiek om neutraliserende antistoffen, die binden aan de spike-eiwitten van het virus. Boven een bepaald niveau van antistoffen in het bloed, zien we dat de besmettelijkheid heel hard daalt’, legt Van Kampen uit. De resultaten van het onderzoek werden op 11 januari 2021 gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications .

De resultaten van het onderzoek waren aanleiding om de richtlijnen voor verpleging in isolatie van coronapatiënten aan te passen. In het Erasmus MC geeft de antilichamen-test inmiddels de doorslag bij het opheffen van isolatiemaatregelen, ook als de PCR-test positief blijft. Van Kampen: ‘We zijn aan de voorzichtige kant, dus kijken ook hoe lang iemand symptomen heeft en hoe lang iemand al opgenomen is. Maar uiteindelijk hoeven we niet meer te wachten op een negatieve PCR-test, waardoor patiënten eerder uit isolatie kunnen. Dat is fijn voor de patiënt, de familie en het zorgpersoneel.’

(Bron en volledig artikel Zorgkrant)




“Ik bén geen beperking, ik héb een beperking”

Rachel (33) werd te vroeg geboren en heeft de eerste weken van haar leven aan de beademing gelegen. Hierdoor zijn haar longblaasjes beschadigd. Op latere leeftijd is door onbekende oorzaak haar middenrif verlamd geraakt. Dit, haar ernstige astma én een zeldzame aandoening maken dat ze dagelijks zuurstof en sondevoeding nodig heeft. Door alle aandoeningen heeft Rachel bovendien maar weinig energie.

Sinds november 2019 woont Rachel zelfstandig in Ermelo en regelt ze haar hulp zelf via haar PGB. “Het is fijn om de regie over mijn leven te hebben, dat ik niet meer afhankelijk ben van de planning van bijvoorbeeld de thuiszorg.” Elke ochtend wordt ze geholpen bij het opstaan, bij het douchen, wassen, aankleden en het huishouden.

“Rond half 11 gaat de hulp weg en plof ik met een kop koffie op de bank en daar zit ik dan, zeg maar, de rest van de dag. Totdat de hulp ’s avonds weer komt om mij klaar te maken om naar bed te gaan.”

“Wat mensen vaak niet weten is dat je met een beperking letterlijk veel tijd en energie kwijt bent aan doktersafspraken, ziekenhuisbezoeken en andere zorg. Soms zit ik wel 3 á 4 keer per week in het ziekenhuis. Daar heeft de coronacrisis wel verandering in gebracht. Ineens kon er veel meer digitaal. Ik spreek mijn artsen via beeldbellen en bepaalde behandelingen kan ik met instructies zelf thuis doen. Als je zo weinig energie hebt als ik, scheelt dat enorm.”

Nu het voor de meeste Nederlanders weer wat veiliger en gezelliger wordt, wordt dat van mij juist gevaarlijker en eenzamer. Dat is ook wel meteen het enige positieve aan het ‘nieuwe normaal’. “Ik kan deze energie niet gebruiken voor leuke dingen, want ik ben de kwetsbare doelgroep, ook al ben ik niet bejaard. Naar buiten gaan, vrienden opzoeken, vrijwilligerswerk doen, samenzijn… Alle dingen waar ik blij van word, zijn voor mij nu extra riskant. De kans dat ik besmet raak is net zo groot als voor iedereen, maar het verloop van de ziekte zal veel ernstiger zijn. Met hoogstwaarschijnlijk de dood tot gevolg. Nu de regels versoepeld zijn en het leven voor de meeste Nederlanders weer wat veiliger en gezelliger wordt, wordt dat van mij juist gevaarlijker en eenzamer.”

(Bron en volledig artikel Handicap.nl)