Dunnevezelneuropathie (DVN)

image_pdfimage_print

Dunnevezelneuropathie (DVN) is een aandoening waarbij vooral de dunne zenuwvezels niet goed functioneren. Het is een vorm van polyneuropathie (poly = veel, neuropathie = zenuwziekte).

Dunne zenuwvezels in ons lichaam zijn verantwoordelijk voor de pijn- en temperatuurzin en de autonome functies, dat zijn functies die onbewust plaatsvinden zoals de regeling van bloeddruk en zweten. De dunne zenuwvezels zijn de eindtakjes van de zenuwen, zij lopen vlak onder de huid.

Als alleen de dunne zenuwvezels zijn aangedaan, is er sprake van een dunnevezelneuropathie. Wanneer de dikke zenuwvezels zijn aangedaan, noemen we het een polyneuropathie. Soms gaat het om een gemengde polyneuropathie, dan doen zowel dikke als dunne zenuwvezels mee.

Verschijnselen van dunnevezelneuropathie kunnen zijn:
* een brandende, prikkelende of schietende pijn;
* gevoelsstoornissen: verminderd gevoel voor warmte of koude, verminderd gevoel voor pijnprikkels;
* maag- en darmklachten;
* schommelingen van de bloeddruk;
* hartkloppingen;
* meer of juist veel minder zweten dan voorheen;
* droge ogen of mond;
* seksuele problemen waaronder impotentie.

Dunnevezelneuropathie kan door verschillende oorzaken ontstaan zoals:
* diabetes mellitus (suikerziekte), dit is de meest voorkomende oorzaak;
* een gestoorde glucosetolerantie;
* bepaalde auto-immuunziekten – ziekten van het afweersysteem – zoals de ziekte van Sjögren, sarcoïdose of vasculitis (ontsteking van de vaten);
* coeliakie (glutenintolerantie);
* HIV;
* bepaalde medicijnen;
* alcoholmisbruik;
* een tekort of overschot van een bepaald vitamine;
* erfelijke aandoeningen zoals een aandoening van de natriumkanalen.

Bij een deel van de patiënten (ongeveer 30%) wordt geen oorzaak gevonden, dan spreekt men van idiopathische dunnevezelneuropathie.
Aan de hand van uw klachtenpatroon zal de arts bepalen naar welke mogelijke oorzaken verder onderzoek gedaan moet worden.

Om de diagnose dunnevezelneuropathie te kunnen stellen, zijn de volgende onderzoeken mogelijk:
* een onderzoek naar de temperatuurgevoeligheid (temperatuur-drempelonderzoek);
* een onderzoek naar de geleiding van warmteprikkels (´contact heat evoked potentials´);
* een huidbiopt.

Bij het huidbiopt wordt onder plaatselijke verdoving een stukje huid net boven de enkel aan de buitenzijde afgenomen met een doorsnede van drie millimeter.
Het stukje huid wordt zo bewerkt dat onder de microscoop het aantal zenuwvezels kan worden geteld. In het geval van een dunnevezelneuropathie is het aantal zenuwvezels laag.

Ook wordt ook onderzoek gedaan naar de geleiding van de dikke zenuwvezels [met een elektromyogram (EMG)] en wordt bloedonderzoek verricht.

Behandeling van DVN
Als de oorzaak van de dunnevezelneuropathie bekend is, kan worden geprobeerd deze weg te nemen. Wanneer dat niet mogelijk is of wanneer er geen oorzaak wordt gevonden, zal de behandeling in de meeste gevallen bestaan uit pijnbestrijding.
Pijnstillers die vaak worden voorgeschreven zijn:
* antidepressiva
* anti-epileptica
* opioïden (morfineachtige medicijnen).

Voor de pijnbehandeling kunt u worden verwezen naar een pijncentrum/pijnpoli.

(Bron: Spierziekten.nl)

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *