Dissociatieve stoornis

image_pdfimage_print

Een dissociatieve stoornis is een stoornis waarbij een aantal functies niet meer naar toebehoren werken. Het gaat om de volgende functies: Bewustzijn, geheugen, identiteit en de waarneming van de omgeving.

Dissociaties kunnen erg intens zijn. Bij sommige stoornissen zijn ze minder heftig dan bij andere stoornissen. Dissociaties kunnen ook voorkomen bij psychische stoornissen zoals het Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS), een acute stress-stoornis, borderline, somatoforme dissociatieve stoornissen of kortdurende reactieve psychoses. De diagnose is soms moeilijk te stellen omdat de symptomen ook bij verschillende andere stoornissen voorkomen.

Symptomen dissociatieve stoornis
Hoewel er verschillende soorten van deze stoornis zijn, hebben ze allemaal wel een aantal dingen gemeen. Dit zijn de kenmerken:
– Lijden aan geheugenverlies
– In de war zijn over eigen identiteit
– Het gevoel hebben van los staan van jezelf
– Een verandering in je gedrag en stemming
– De beleving van je lichaam is anders
– Geen pijn voelen

De oorzaken van dissociaties
Waarom zou je een dissociatie krijgen? Er zijn verschillende modellen die dit fenomeen verklaren, maar allemaal komt het min of meer op hetzelfde neer. In het verleden hebben mensen met een dissociatieve stoornis vaak een traumatische gebeurtenis meegemaakt. Hoewel die gebeurtenis waarschijnlijk al lang niet meer voorkomt, is er toendertijd een soort copingstrategie opgezet. Door de overload aan emoties van extreme angst of stress, heeft het brein zich geprogrammeerd om het niet nog een keer meemaken.

Je beschermt jezelf dus op een dieper niveau om een herhaling te vermijden. Het is dan een mechanisme van zelfverdediging geworden om wederom nare gebeurtenissen zo extreem te beleven. Die nare gebeurtenissen zijn vaak trauma’s uit het verleden die vervelende gevoelens oproepen. Je brein is nog steeds geneigd om het bewustzijn ook bij afwezigheid van traumatische situaties even uit te schakelen. Dat ervaar je bij bepaalde triggers die de herinnering oproepen van een trauma of stressvolle situatie.

Dissociatieve stoornissen:
– Dissociatieve amnesie
– Dissociatieve fugue
– Dissociatieve identiteitstoornis
– Depersonalisatiestoornis
– Dissociatieve stoornis NAO

Dissociatieve amnesie
Je hebt bij dissociatieve amnesie één of meerdere keren periodes gehad dat je bepaalde dingen over jezelf niet meer kon herinneren. Je was bijvoorbeeld je vergeten wat je leeftijd was of wanneer je iets had gedaan. Meestal gaat het om een traumatische gebeurtenis of iets dat stress veroorzaakt. Daarbij is het te uitgebreid om als reden alledaagse vergeetachtigheid te geven. Het gaat om een geheugenverlies waarbij herinneringen over de persoon zelf niet meer kunnen worden opgehaald.

Mogelijke situaties die als oorzaak van dissociatieve amnesie kunnen worden beschouwd:
– Branden
– Verkeersongelukken
– Overstromingen
– Seksueel misbruik of verkrachting
– Oorlogservaringen
– Overlijden van een dierbare
– Epileptische aanvallen
– Psychosen
– Drugs

Behandeling dissociatieve amnesie
– Psychotherapie
– Hypnose
– Psychofarma

Een combinatie van het bovenstaande kan ook werken.

Dissociatieve fugue
Hierbij ga je plotseling en onverwacht weg van huis of waar je normaal gesproken werkt. Ook hier heb je last van geheugenverlies. Je kan het verleden niet meer goed herinneren. Daarnaast ben je verward over je eigen identiteit. Het kan zelfs zijn dat je een andere identiteit aanneemt. Het verschil bij dissociatieve fugue is dat je niet bewust bent van het geheugenverlies. Bij dissociatieve amnesie ben je dat wel.

Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS)
Dit is één van de meeste heftige stoornissen die er zijn. Deze stoornis krijg je bij ernstige traumatisering en wordt zichtbaar voordat iemand vijf jaar is. De dissociatieve identiteitsstoornis staat ook wel bekend onder de naam meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Onderzoek laat zien dat het grootste gedeelte van de mensen met deze stoornis als heel jong kind iets ernstigs hebben meegemaakt, zoals ernstig fysiek en seksueel geweld.
Om toch te kunnen functioneren gaan kinderen hier op een bijzonder manier mee om. Er komen verschillende toestanden naar boven van één of meerdere personages (persoonlijkheden) die een aanzienlijk betere weerstand hebben tegen de traumatische ervaring. Als fantasie en de realiteit vervagen, wordt deze persoon aan zichzelf toegekend. Deze strategie is net als dissociatie zelf een mechanisme van zelfverdediging of een overlevingsmechanisme.

Door bepaalde films of media is er een misverstand ontstaan over de verschillende personages. Er wordt verondersteld dat ze door de persoon makkelijk uit elkaar kunnen worden gehouden. Dit is bijna nooit het geval. Dissociëren gebeurt namelijk onbewust, waardoor het lastig is op elk moment van het ene naar het andere personage over te gaan. Dat is een onderdeel van het overlevingsmechanisme.

Een ander misverstand is dat DIS geassocieerd wordt met schizofrenie. Mensen met schizofrenie hebben geen meerdere persoonlijkheden en lijken stemmen te horen die van buitenaf komen en opdracht geven. Bij DIS zijn het stemmen die uit het interne systeem komen.

Er zijn verschillende personages in één persoon. Dat geheel van meerdere persoonlijkheden noemt men het systeem. Vaak heb je één of meerdere O.N.P.’s: Ogenschijnlijk Normale Persoonlijkheden. Zij nemen de dagelijkse bezigheden voor hun rekening, zoals werk, huishouding en boodschappen doen. Daarnaast bestaan er één of meerdere E.P.’s: Emotionele Persoonlijkheden.
Zoals eerder beschreven, kunnen er in de omgeving bepaalde triggers zijn die het trauma weer terughalen. Dat is dan een geur, een geluid of een beeld. De O.N.P. reageert hier fobisch op door het te ontwijken. Maar de drang van het emotionele personage is soms te sterk. Je kan dan de volgende symptomen ervaren:
– Flashbacks
– Nachtmerries
– Paniekaanvallen
– Eetproblemen
– Relatieproblemen
– Depressies

Het kan zelfs gebeuren dat het voelt alsof je niet meer in je eigen lichaam past. Dan kun je denken aan ledematen die niet meer in de juiste verhouding worden ingeschat. Ineens heb je kleine armpjes of beentjes van een kleuter of 3-jarige, terwijl andere delen van het lichaam gewoon normaal lijken te zijn.

Normaal gesproken zijn herinneringen gemakkelijk op te halen. Bij deze stoornis is dit echter niet het geval. Het is een traumatische herinnering die los van andere herinneringen is opgeslagen. Voor lange tijd is het daar dus apart opgeborgen. Er is niets meer aan veranderd. Het kan zo erg in detail treden, dat je denkt te ervaren dat het net gebeurd is of dat je het nu meemaakt.

Deze stoornis kan voorkomen samen met de hiervoor besproken vormen van dissociatie en depersonalisatie. Wellicht herken je jezelf dus in één daarvan als je een dissociatieve identiteitstoornis hebt.

Depersonalisatie
Bij depersonalisatie is het alsof je buiten de werkelijkheid lijkt te staan. Dit komt vrij veel voor: het is een veel voorkomende psychische klacht. Je maakt nog wel dingen mee, maar het gaat toch aan je voorbij. Je voelt niet zo veel meer, maar wat je meekrijgt is dat je bijna los komt te staan van je lichaam. Dan lijk je nog maar half te leven, bijna levend dood. Er is een kloof tussen jou en de realiteit, omdat je echt vervreemd van jezelf. Als je jezelf waarneemt, denk je een ander te horen of te zien.

Iemand met depersonalisatie ziet zichzelf als iemand anders
Geestverruimende drugs kunnen een rol spelen bij de ontwikkeling van vervreemdende ervaringen. Denk hierbij aan cannabis, XTC en LSD. Ze kunnen dus de aanleiding vormen tot depersonalisatie. Als je hier gevoelig voor bent, kan het namelijk al snel tot vervreemding leiden.
Wat het lastig maakt is dat de ervaringen die je hebt angst oproepen. Zeker als je geen mensen in je omgeving hebt die het ook meemaken, kan het voelen alsof je echt gek wordt. Je bent misschien bang om psychotisch te worden. De angst kan je dan weer zodanig belasten, dat het juist voor vervreemding zorgt. Hoe meer aandacht je er dus aan besteedt, hoe erger de klachten weer terugkomen. Je kan dan in een vicieuze cirkel terecht komen.

Wat te doen bij depersonalisatie
Om in de toekomst niet weer vervreemdende ervaringen mee te maken, kan je het dus beter wat meer los laten. Het is iets dat komt en gaat. Als je toch iets wilt doen, helpt het om goed te bewegen, voldoende rust te pakken (slaap) en regelmatig gezond te eten. Sporten helpt bij het bewuster bezig zijn met je lichaam, wat ervoor zorgt dat je meer vertrouwd wordt met je lichaam. Wat betreft het bevorderen van de slaap, kun je het beste je slaapkamer zo inrichten dat het zo donker mogelijk is. Daarnaast is het aan te raden in de avond 1 uur voor je nachtrust geen gebruik meer te maken van apparatuur als TV, laptops, ipads en mobieltjes. Die stralen namelijk licht uit, waardoor de natuurlijke bevordering van slaap wordt geremd. Lees in plaats daarvan bijvoorbeeld een boek met behulp van een nachtlampje.

Dissociatieve stoornis NAO
Naast al die dissociatieve stoornissen is er ook één die niet gespecificeerd is. Daarmee wordt bedoeld dat de stoornis lijkt op de andere vormen, maar niet voldoet aan de daartoe behorende normen uit de DSM-IV. De afkorting NAO staat voor Niet Anders Omschreven. In het Engels is dat Not Otherwise Specified (NOS). Dit is een restcategorie binnen het classificatiesysteem van de DSM-IV die gesteld wordt als de symptomen niet bij één van de andere stoornissen hoort.
Deze stoornis is ook weer opgedeeld in zes verschillende vormen:
– De DSNAO die lijkt op DIS
– De derealisatiestoornis zonder depersonalisatie
– Dissociatieve toestanden door beïnvloeding
– De cultureelgebonden DSNAO
– De DSNAO-vorm met lichamelijke uitingsvormen
– Het Ganser-syndroom

De verschillende dissociatieve fenomenen:
– Amnesie: een toestand waarin iemand zich gebeurtenissen uit een bepaalde periode niet kan herinneren, of zich bepaalde belangrijke persoonlijke informatie niet kan herinneren
– Depersonalisatie: een bewuste ervaring waarbij iemand het eigen lichaam als vreemd of als onwerkelijk ervaart
– Derealisatie: een bewuste ervaring waarin iemand zijn vertrouwde omgeving niet herkent of als vreemd ervaart
– Identiteitsverwarring: als iemand zich onzeker voelt over wie hij is of moeite heeft zichzelf te beschrijven
– Identiteitswijziging: als er een verschuiving plaatsvindt in de identiteit waardoor het gedrag zo erg verandert dat het anderen opvalt

Behandeling
Qua medicatie is er geen specifiek middel op de markt dat dissociaties doet verminderen. Tot nu toe lijkt het erop dat cognitieve gedragstherapie het beste werkt. Een andere methode die in het bijzonder effectief is voor PTSS, maar ook kan werken bij een dissociatieve stoornis is EMDR. Voor een aantal mensen zouden moderne antidepressiva zoals ssri als Prozac kunnen helpen bij vervreemdingsklachten (depersonalisatie).

Een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) is een ernstige stoornis. Hiermee omgaan vereist echt professionele hulp. Wat betreft problemen met dissociaties zijn vaak kleine stapjes nodig om verder te komen. Omdat je aandacht uitgaat naar angst of datgene wat je niet kan doen, moet je jezelf dagelijks bewust focussen op de dingen die wel goed gaan. Werk bijvoorbeeld eens in een boekje uit wat er dagelijks wél goed gaat of waar je dankbaar voor bent. Bovendien kun je het beste een deskundige inschakelen.

(Bron: DePsycholoog.nl)

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *