Vrouwen hebben vaker gezondheidsklachten, ervaren meer beperkingen in het dagelijks leven en maken vaker gebruik van zorg dan mannen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit de Gezondheidsenquête 2025.
Zo geeft 26 procent van de vrouwen aan dat hun gezondheid niet goed is, tegenover 21 procent van de mannen. Ook hebben vrouwen vaker te maken met langdurige aandoeningen.
Aandoeningen komen vaker voor bij vrouwen
Uit het onderzoek blijkt dat een aantal gezondheidsproblemen duidelijk vaker bij vrouwen voorkomt dan bij mannen.
-
Migraine of ernstige hoofdpijn: 18% van de vrouwen, 8% van de mannen
-
Gewrichtsslijtage: 20% van de vrouwen, 13% van de mannen
-
Onvrijwillig urineverlies: 10% van de vrouwen, 3% van de mannen
-
Chronische gewrichtsontstekingen: 8% van de vrouwen, 5% van de mannen
-
Hardnekkige darmstoornissen: 7% van de vrouwen, 3% van de mannen
Sommige aandoeningen komen juist vaker voor bij mannen. Dat geldt vooral voor hart- en vaatziekten. Zo heeft ongeveer 4 procent van de mannen ooit een hartinfarct gehad, tegenover 2 procent van de vrouwen.
Eén op de drie vrouwen ervaart beperkingen
Vrouwen voelen zich ook vaker beperkt door hun gezondheid. 35 procent van de vrouwen zegt dat gezondheidsproblemen hun dagelijkse activiteiten beperken. Bij mannen is dat 27 procent.
Het gaat hierbij vooral om lichtere beperkingen. Ernstige beperkingen komen bij mannen en vrouwen ongeveer even vaak voor.
Ook binnen dezelfde leeftijdsgroep verschillen
Dat vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen verklaart het verschil niet volledig. Ook binnen dezelfde leeftijdsgroepen rapporteren vrouwen vaker gezondheidsproblemen.
Bijvoorbeeld:
-
In de leeftijd 45 tot 65 jaar vindt 34 procent van de vrouwen hun gezondheid niet goed.
-
Bij mannen in dezelfde leeftijdsgroep is dat 27 procent.
Meer angst- en depressiegevoelens
Vrouwen geven ook vaker aan last te hebben van angst- of depressiegevoelens. In totaal zegt 47 procent van de vrouwen hier last van te hebben gehad, tegenover 36 procent van de mannen.
Deze verschillen zijn zichtbaar in vrijwel alle leeftijdsgroepen.
Vooral vrouwen van 25 tot 45 jaar
Het verschil tussen mannen en vrouwen is het grootst in de leeftijdsgroep 25 tot 45 jaar. In deze groep ervaart 29 procent van de vrouwen beperkingen door hun gezondheid, tegenover 19 procent van de mannen.
Vrouwen gaan vaker naar zorgverleners
Dat vrouwen vaker gezondheidsklachten hebben, is ook terug te zien in hun zorggebruik. 72 procent van de vrouwen had het afgelopen jaar contact met de huisarts. Bij mannen ligt dat percentage op 66 procent.
Ook bezoeken vrouwen vaker andere zorgverleners, zoals een specialist, fysiotherapeut of psycholoog.
