Patiënten met pijn op de borst bij inspanning (stabiele angina pectoris) en boezemfibrilleren (atriumfibrilleren) komen voortaan niet meer standaard in aanmerking voor een intensief hartrevalidatieprogramma. Dat heeft Zorginstituut Nederland besloten, omdat er onvoldoende bewijs is dat deze behandeling daadwerkelijk effect heeft.
Het gaat om een groep van ongeveer 8.800 patiënten per jaar.
Wat verandert er?
Hartrevalidatie is een intensief programma van 6 tot 12 weken, waarbij patiënten onder begeleiding van een cardioloog en andere zorgverleners werken aan herstel en conditie. Voor mensen met bovenstaande aandoeningen blijkt echter niet overtuigend dat dit programma:
- ernstige hart- en vaatproblemen voorkomt (zoals een hartinfarct of beroerte)
- klachten vermindert
- de kwaliteit van leven verbetert
Daarom verdwijnt deze vorm van behandeling voor deze specifieke groep uit het basispakket.
Wie kan nog wél hartrevalidatie krijgen?
Voor andere hartpatiënten blijft hartrevalidatie gewoon bestaan. Bijvoorbeeld voor mensen die:
- een hartinfarct hebben gehad
- hartfalen hebben
- een hartoperatie hebben ondergaan
- instabiele pijn op de borst hebben
Voor hen is het nut van hartrevalidatie wél bewezen.
Overgangsregeling tot 2027
Patiënten die al gestart zijn met hartrevalidatie, of deze vóór 24 maart 2026 voorgeschreven hebben gekregen, mogen hun traject nog afronden. Dit kan tot uiterlijk 1 januari 2027.
Wat betekent dit voor patiënten?
Hoewel het volledige programma verdwijnt voor deze groep, blijven onderdelen wél beschikbaar en vergoed. Denk aan:
- leefstijladvies
- begeleiding bij stoppen met roken
- uitleg over de aandoening
- psychologische ondersteuning
Deze losse onderdelen kunnen nog steeds helpen om beter met de aandoening om te gaan.
Kritisch besluit
Volgens Zorginstituut Nederland is het belangrijk om zorg alleen te vergoeden als deze aantoonbaar werkt. Door te stoppen met minder effectieve behandelingen, moet er meer ruimte komen voor zorg die patiënten echt helpt.
Bron: Zorginstituut Nederland
