1

Achterstand bij UWV: recht op WIA-uitkering of volledig aan het werk?

De wachttijd voor een medische keuring bij het UWV blijft oplopen. Haagse plannen kunnen die tekorten nog vergroten. De achterstanden blijven oplopen: een werknemer die langdurig ziek is en een WIA-uitkering aanvraagt, wordt nu gemiddeld pas na vier maanden medisch gekeurd. Tot die tijd zit die in onzekerheid: heb ik straks recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, of word ik geacht volledig aan het werk te gaan?

Personeel van het UWV, dat deze keuringen uitvoert, ziet vooral de stapel dossiers groeien. Eind 2017 wachtten 14.000 mensen op hun eerste medische beoordeling voor regelingen als de WIA en Wajong. Eind vorig jaar was dat aantal meer dan verdubbeld: ruim 29.600 mensen.

Die stapel en wachttijd zullen nog wel even blijven groeien, voorziet Maarten Camps, bestuursvoorzitter van het UWV. Dat komt door het hardnekkige tekort aan verzekeringsartsen. Zij beoordelen in hoeverre iemand in staat is te werken. Daarmee bewaken zij de toegangspoort tot de uitkering.

De beroepsgroep is relatief oud: veel verzekeringsartsen gaan met pensioen. En de instroom van jonge artsen blijft achter. Basisartsen kiezen liever een spannender specialisme, als chirurg of cardioloog.

Maar de behoefte aan medische beoordelingen blijft groeien. De beroepsbevolking vergrijst – en naarmate mensen ouder worden, neemt de kans op arbeidsongeschiktheid toe. „Vorig jaar zagen we het aantal WIA-aanvragen met 9 procent stijgen”, zegt Camps. „Dat is zorgwekkend. We konden toen al de vraag naar beoordelingen niet aan, en dan groeit die vraag ook nog eens.”

(Bron en verder lezen: NRC)




UWV-artsen: Via de telefoon bepalen of iemand wel of niet kan werken is niet mogelijk

(Bron: Trouw)
UWV-artsen mogen hun cliënten niet meer zien om zo een coronabesmetting te voorkomen. Dat gaat niet, zeggen zij zelf. In verband met de veiligheid voor klanten en voor de verzekeringsartsen van het UWV vinden er momenteel geen fysieke spreekuren meer plaats.

De UWV-arts moet aan hand van ingevulde papieren, eventueel aangevuld met een telefoontje, ­bepalen of iemand wel of geen ­arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wia of Wajong) krijgt. Dat kan in verreweg de meeste gevallen helemaal niet, zegt Wim van Pelt, voorzitter van de Novag, de vakbond van verzekeringsartsen.

“Bij de overgrote meerderheid van de gevallen is een fysiek spreekuurcontact noodzakelijk”, meldt Van Pelt. Anders kan er geen goede beslissing worden genomen over de mate waarin iemand nog kan werken.
Als elkaar in levenden lijve zien niet kan, wat de artsen begrijpen, dan zouden er voorlopige uitkeringen moeten worden verstrekt, vindt Van Pelt. Als de coronacrisis voorbij is, kunnen de cliënten alsnog naar het UWV ­komen om er een goede beoordeling plaats te laten vinden.

Daar is de top van het UWV het niet mee eens. Die vreest een enorme werkvoorraad, terwijl het UWV nu al achterloopt, valt te ­lezen in het interne Corona Crisisplan dat in handen is van Trouw. ‘Gedurende de crisis worden in beginsel geen voorschotten WIA verstrekt’, staat er. Het is ook niet de bedoeling ‘dat we beoordelingen doorschuiven naar een later tijdstip. Dat zou ons op een grote achterstand zetten’.

(Lees hier het hele bericht)




Aanpassen – Column

door Madelon

Soms ben je in gesprek met iemand en besef je eigenlijk hoe hoog alles zit. Ik moet volgens mensen praten over waar ik mee zit in plaats van alles op te kroppen en het dan in één keer allemaal er uit te gooien met alle tranen van dien. Alleen het probleem is, dat ik soms niet eens weet waar ik nu weer last van heb. Soms ben ik ‘gewoon’ verdrietig, ‘gewoon’ boos en weet ik serieus niet wat er aan de hand is. Lastig voor hen, maar ook voor mij!

En eerlijk is eerlijk: er gebeurt een heleboel momenteel. Ik zit midden in een keuringstraject wat me enorm onrustig maakt en tegelijkertijd zit ik midden in een acceptatie proces. Ik moet zogezegd alles maar accepteren wat ik niet meer kan. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan als je nog zoveel wil, je een zoontje van bijna 5 hebt met wie je nog van alles wilt doen, een lieve vriend hebt met wie je bijvoorbeeld nog gezellig naar feestjes wil en überhaupt toekomstbeelden op allerlei vlakken aan moet passen. Soms klein, soms groot; het moet allemaal een plekje krijgen naast het plekje dat je chronisch ziek bent.

En soms denk ik ook, laat ik maar niet allemaal delen wat ik voel, want dat is een heleboel! Schuldgevoel, verdriet, boosheid, onzekerheid, angst, jaloezie, trots, dankbaarheid. En nu hoor ik een aantal van jullie denken: trots en dankbaarheid, dat klopt niet in dit rijtje! Nee, dat kan ik me voorstellen. Maar naast alle negatieve gedachtes kan ik, gelukkig, ook nog wel mooie dingen om me heen zien.
Want naast mijn ongelooflijk lieve kerels, hebben we beiden ook lieve ouders die veel voor ons doen, heb ik een lieve zus die helpt wanneer ze kan en hebben we ook nog eens lieve vrienden die helpen waar ze kunnen. En als er weer zo’n moment komt dat we hulp nodig hebben en de hulp wordt weer geboden, ja dan ben ik enorm trots en dankbaar om de mensen om ons heen.

En daarnaast ook dankbaar in het rijtje omdat ik me maar al te goed besef dat er nog ergere dingen zijn. Nee, daarbij wil ik mijn duizeligheid niet naar beneden halen, want dat wens ik niemand toe, maar ik kan wel mijn zoontje op zien groeien, op een andere manier kan ik wel leuke dingen met hem doen, kan ik wel genieten van fijne zomeravonden met mijn vriend, koffiedates met een vriendin en onverwachte berichtjes van mijn neefje of nichtje.

Dus tja, verdriet en boosheid om wat niet meer kan en daarnaast dankbaarheid om wat nog wel kan. En daar tussenin allerlei andere gevoelens die met elkaar in gevecht zijn. Hopelijk kunnen jullie een beetje een beeld krijgen en begrijpen wat voor gevecht het is in mijn hoofd.