Roze trouwwolk – Column

door Madelon

Soms zijn er van die momenten dat je zo gelukkig bent en dat ook die stomme duizeligheid je daar niet uit kan halen! En dan toch ineens bekruipt je dat ongemakkelijke gevoel…..want hoe dan? Trek ik dat allemaal wel? Hoe plannen we het zodat ik niet teveel last heb… Nu hoor ik jullie denken, waar heeft ze het in hemelsnaam over?

Dat enorm gelukkige moment begon toen mijn lieve vriend aan mij vroeg of ik met hem wilde trouwen! Wauw! Ondanks al het gedoe wat mijn duizeligheid met zich mee brengt, wil hij toch nog met MIJ trouwen! Mijn grootste onzekerheid….dat hij weg zou gaan om al dit gedoe (wat ik nog had kunnen begrijpen ook!) word in 1 klap aan de kant gezet door hem.

Nu krijg ik van verschillende kanten de vraag hoe romantisch hij dit heeft aangepakt……mensen die mijn vriend kennen weten dat hij geen grote romanticus is….dus geen grote romantische toestanden hier hoor! Maar dat hoeft voor mij ook niet. Het feit dat hij ondanks alles nog steeds met mij wil trouwen zegt, naar mijn idee, genoeg over zijn liefde voor mij.

Maar naast dat enorm gelukkige gevoel zit ook een bak met twijfels. Want ga ik zo’n dag wel volhouden? Hoe groot of hoe klein moeten we het houden? Wie gaan we dan wel uitnodigen en wie niet? Stoot je mensen daarmee niet voor het hoofd? Hoe kunnen we de dag plannen dat ik tussendoor even een uurtje kan rusten bijvoorbeeld. Is dat dan geen saai uurtje voor de gasten? Of vinden ze zo’n uurtje tussendoor ook best prettig? BOEM, daar kwam de onzekerheid ook weer om de hoek kijken.

Ik hoop dat ik tegen die tijd (want het duurt nog wel even voordat het zover is) kan denken; het is ONS feest! Wij doen het op onze manier.

Tot die tijd……zweef ik op een roze trouwwolk!




Wat ben ik trots, wat voel ik me groots – Column

door Marleen

Het volgende dingetje: hoe ga je op vakantie met krukken, veel pijn en slechte benen. In een korte tijd gaan we twee keer op vakantie. Eerst met vrienden een weekje naar België, de Ardennen en een paar weken daarna bijna 3 weken naar Kroatië, in de omgeving van Split. Inmiddels ben ik een ervaren krukloper en besluiten we tijdens onze vakanties alleen de krukken mee te nemen, want wat moet je met een rolstoel in de Ardennen en Kroatië?

Wat moet er allemaal gebeuren voor we op vakantie gaan?

Twee weken voor we naar België gaan ben ik druk bezig om een planning te maken: wat doe ik wanneer? Ik vond dat zo goed van mezelf, alleen ging het helemaal mis. Ik kwam tijd te kort, te veel op een dag en toen we eenmaal vertrokken was ik echt compleet gesloopt. De eerste dagen in België waren dan ook vooral veel rust pakken, ’s middags slapen en ’s avonds op tijd naar bed.

Gelukkig hield iedereen echt super veel rekening met me, hielpen daar waar nodig en hadden we echt kei veel lol! Zo gingen we overdag soms met zijn allen op pad, daar waar wij eigenlijk niet met de auto mochten komen (wegen alleen bestemd voor bestemmingsverkeer, en dat waren we echt hoor 😉 ), deden wij dat wel. Zo kon ik toch zo veel mogelijk mee en mee genieten! Iedereen moest een keer in de avond koken, waardoor het voor mij een hoop energie scheelde op een dag. Eén avond koken in een week tijd is goed te doen, dus zeker een aangename bijkomstigheid.

Ook gaan we soms gewoon gezellig met zijn tweetjes op pad, gewoon heerlijk een stukje rijden in de omgeving, zwemmen in meertjes waar we langs komen (en dat was koud, maar ook zo fijn), en soms samen een klein stukje lopen.

Dave zijn hand voel ik in de mijne wat ben ik trots

In België heb ik ook mijn eerste stappen buiten gezet zonder krukken. Het ging langzaam en de hand van Dave was geen overbodige luxe, maar wat voelde dat fijn, een klein stapje de goede kant op. We kwamen bij een heel mooi klein kerkje die onze aandacht trok. Samen wilden we er even gaan kijken. Ik had zo geen zin in mijn krukken en we besloten samen het maar zonder te doen. In het ergste geval zou Dave ze weer moeten ophalen. We liepen van de parkeerplaats het pad op naar de kerk. Rechts van ons was een muur om de grond aan de andere kant van de muur op zijn plaats te houden. Tegen de muur waren allemaal grafstenen geplaatst, de één nog mooier/indrukwekkender dan de ander, hele doodskoppen staan erop, of soms zelfs een skelet.

Met het pad aflopen komen we aan bij de achterkant van het kerkje en gaan we linksom om dan weer terug te lopen naar de auto. Tranen rollen over mijn wangen, Dave zijn hand voel ik in de mijne. Wat ben ik blij, wat ben ik trots, wat voel ik me ‘groots’. Dit voelt zo goed! Helaas heb ik die avond kei veel pijn gehad van mijn rondje om de kerk, maar dat heb ik maar op de koop toegenomen, want het was het rondje om de kerk meer dan waard!

Het leven gaat niet meer draaien om mijn ziek zijn

De dagen na België heb ik echt enorm moeten bijkomen, maar dat vond ik niet zo heel erg. Ik heb zo genoten! Een ommekeer in ons leven, het leven gaat niet meer draaien om mijn ziek zijn. We gaan weer leven met wat mogelijk is, plezier maken en genieten van alles wat nu (nog of al) kan!

De weken daarna bedenk ik me goed wat er moet gebeuren om naar Kroatië te gaan. Lijstjes worden gemaakt, wat doe ik, wat vraag ik Dave en wat doe ik wanneer met tussendoor echt rustdagen gepland en uit-loop-dagen. Bijna 4 weken van tevoren begin ik met alles te regelen, in te pakken en te halen.

Tussendoor maken we kleine uitstapjes, meestal met de auto van A naar B. Daar een foto maken, of wat drinken, of genieten van het uitzicht en weer terug. Ik geniet met volle teugen van alles wat weer kan. En dan is het zover, we gaan naar Kroatië, mijn favoriete land!

Wat hou ik van jou Kroatië, met al je schoonheid, droefheid, oudheid, de natuur…

Ook deze vakantie besluiten we alleen mijn krukken mee te nemen. De rolstoel neemt te veel ruimte in beslag en hebben het gevoel dat de omgeving waar we heen gaan ook niet echt geschikt is ervoor, en dat bleek later ook waar te zijn. De rolstoel had vooral veel stil in een hoekje staan wachten om weer terug naar Nederland te gaan.

Daar gaan we dan, op woensdagochtend vertrekken we naar Duitsland voor onze eerste overnachting en daarna rijden we door naar Slovenië voor onze tweede overnachting. De derde dag rijden komen we in een klein plaatsje op een uurtje rijden van Split aan. Wat is het er mooi, maar ooh wat is het heuvelachtig!

Ik ben gewend om iedere dag wat op de vakantie te doen en zo gingen we ook van start. Iedere dag ergens heen, wat bekijken, zwemmen, genieten en de volgende dag weer opnieuw. Dag 3 ging helemaal mis, wat een pijn en mijn voeten waren idioot dik geworden. Dus dag 3 was vooral veel rusten en in de hangmat liggen. Wat baalde ik, maar dag 4 ging weer goed, dus dat werd uiteindelijk het ritme: 2 dagen wat doen, 1 dag rusten en dan weer 2 dagen wat doen en 1 dag rust. Zo ging onze vakantie eruit zien. Niet balen van wat niet kan, maar genieten van wat wel kan. De knop MOEST om! En echt alles deed ik met mijn krukken; wandelen over rotsen, bulten beklimmen, watervallen bewonderen, uitgestorven dorpjes bekijken, paden bewandelen die nog geen 50 cm breed waren en door mooie oude dorpjes en steden wandelen. Wat genoot ik! Lekker zwemmen en snorkelen, maar ook ’s avonds lekker samen eten, genieten van de lokale bevolking en hun gewoontes leren.

Soms ging het ook mis. Het was warm en mijn handen waren soms zo bezweet dat ik van mijn krukken af gleed. Dan werd ik zo boos en zo gefrustreerd. Eén keer heb ik mijn krukken tegen een kerkje aan gezet en ben ik zonder krukken verder gaan lopen over een stoep waarvan iedere tegel anders gevormd is. Glad en hobbelig, niets was recht. Een hele klus met als gevolg daarvan weer heel veel pijn. Dave nam dan mijn krukken maar mee voor ze gestolen werden en liet me maar even in mezelf het gevecht voeren over wat verstandig was. Voor Dave moet ik echt soms een hel zijn geweest als ik zo opstandig was, want dan ben ik alles behalve gezellig.

Ondanks dat de vakantie niet was zoals anders, heb ik het merendeel van de tijd enorm genoten!

Het normale leven…

Na 15 dagen in Kroatië te zijn geweest, was het weer tijd om naar huis te gaan. We reden net als de heenweg weer in 3 etappes naar huis. Eenmaal thuis was het tijd om alle spullen weer op te ruimen en begon ons normale leven weer.

Onze vakanties hebben me een hoop geleerd. Ik moet meer gaan balanceren, meer gaan opletten, meer gaan genieten en minder gaan moeten. Dave zijn vakantie zit erop en ik probeer mijn leven weer op te pakken. Dat gaat steeds wat beter, tot de week van 40 graden aanbrak. Jeetje wat is dit dan? Mijn voeten zwellen op, mijn vingers zwellen op. Net op tijd krijg ik mijn ringen nog af. Dave heeft voor mij de partytent opgezet en daaronder mijn hangmat met standaard geplaatst. Ik moet nu echt vooral rusten, voeten hoog en het uitzingen tot vrijdag, want dan moet ik naar de pijnpoli.

Toen het eindelijk die vrijdag was en wij in het VU waren kregen we te horen dat ik direct moest stoppen met de pregabaline*, een medicijn die ik had gekregen van de neuroloog om mijn pijn te onderdrukken. De dosering was al meerdere keren opgehoogd omdat het niet zo veel deed. Normaal gesproken moet je dit medicijn afbouwen, maar mijn pijn-arts was duidelijk: niets afbouwen, meteen stoppen. “U zult wel last krijgen van afkickverschijnselen, maar daar moet u even doorheen.” Dat waren zijn woorden. Ik vergeet ze niet snel weer, want wat ben ik een week lang beroerd geweest! Ik heb zelfs op het punt gestaan om toch maar weer te beginnen met de pregabaline, maar dan dacht ik niet doen, want je bent al 4 dagen zonder. Het kan niet lang meer duren. Wat een zooi is het en wat was ik blij dat ik daar vanaf was! En de pijn, die werd niet erger, ook niet minder erg. Die bleef gewoon hetzelfde. Dus de pregabaline deed niets, of jawel het deed een hoop, maar niet dat wat het moest doen. Het waren vooral heel veel bijwerkingen.

Hoe het verder gaat bij de pijnpoli en mijn therapie om te leren omgaan met de pijn vertel ik jullie in een volgende blog.

*Pragabaline is een medicijn tegen epilepsie, maar in lage dosis helpt het ook tegen zenuwpijn.




Over accepteren, gevoelens en groener gras – Column

door Madelon

Een poosje terug heb ik het gehad over belemmeringen en aanpassen. In dat rijtje past ook acceptatie. Ik krijg vaak de vraag of ik het inmiddels een plekje heb gegeven. En daar moet ik Nee op antwoorden. Ik denk ook niet dat dat zo snel kan. Vorig jaar rond deze tijd kreeg ik te horen dat mijn duizeligheid niet meer over ging. Maar met de komst van dat antwoord kwamen er nog meer dingen die ik ‘moest’ gaan accepteren. Grote en kleine dingen.

Om een voorbeeld te geven van een klein ding; we hadden 9 jaar geleden een rondreis door Cuba geboekt die we moesten annuleren door mijn duizelaanval. Toen nog denkende dat dat nog wel een keer later ging gebeuren. Inmiddels weet ik dat 16 dagen in een bus niet meer haalbaar is. Nu is dit geen wereldschokkend iets om je bij neer te leggen, dat weet ik. Maar het is wel één van de dingen die niet meer kan.

Grotere dingen om te accepteren is bijvoorbeeld het feit dat er geen broertje of zusje voor onze kerel zal komen (of het moet een hele grote verrassing worden). Iets wat voor veel verdriet zorgt. Begrijp me niet verkeerd, ik ben heel dankbaar dat ik onze jongen heb mogen krijgen. Want naast mijn evenwichtsstoornis heb ik ook PCOS. (mocht je meer willen weten over PCOS zie deze site https://www.stichtingpcos.nl/) . Wat er in ons geval voor zorgde dat ik hormoonbehandelingen moest ondergaan om zwanger te raken. Een intensief traject wat voor mij nu niet meer te doen is. Maar ook wanneer er een 2e kindje zou zijn, zou me dat teveel energie kosten waardoor ik gevoelsmatig iedereen tekort zou doen. Daarom dus de keuze om onze jongen ‘enigkind’ te laten. Een bewuste keuze, maar wel een met veel emoties.

Dus naast acceptatie van iedere dag duizelig zijn, komen er nog meer dingen die we ook moeten accepteren. Ik denk dat veel mensen daar niet bij stil staan (ikzelf zeker niet!). Het is niet alleen je chronische ziekte die je moet accepteren, ook alle randzaken moeten een plekje krijgen. Wat ook weer voor diverse gevoelens zorgt die in het rijtje ‘Aanpassen, belemmeringen en acceptatie’ passen……

Jaloezie
Jaloezie hoort daar bij mij ook zeker bij, hoe graag ik ook zou willen dat dat niet zo was. Maar toch bekruipt dat gevoel me, de ene keer vaker dan de andere. Vooral als het gezinssituaties zijn. Als ik een ander gezin gezellig wandelend zie lopen richting de speeltuin, beelden van gezinnen die een gezellig dagje uit zijn, vliegvakanties maken (of überhaupt een gezellige vakantie met dagjes uit) dan word ik stiekem best jaloers dat wij dat niet kunnen.

Afgelopen vakantie ook. Ik zat in het huisje, vriend was samen met ons zoontje weg en ik zag een ander gezin gezellig lopen, springen, huppelen, vader die kind de lucht in tilt en bam, daar kwamen de waterlanders want feit was dat ik dat niet kon. Deze vakantie was het weer raak, ik ging met een herstellende bronchitis weg en brak op dag 1 een rib door het hoesten dus ik kon helemaal geen kant op tot grote teleurstelling van ons allen aangezien we vorig jaar ook al onze vakantie moesten afbreken door een gebroken knie bij mij.

Maar nog, nu was het de bronchitis/gebroken rib waardoor ik helemaal niks kon, normaal kan ik ook weinig en ben ik blij als ik 2x een middag mee kan ergens naar toe. En tegelijkertijd weet ik maar al te goed dat het plaatje dat ik zie, enorm bedrog kan zijn. Want ook ik weet niet wat er bij hen achter de voordeur speelt. Vader of moeder kan ook daarvoor plat hebben gelegen en zich opgemaakt hebben voor een momentje met het gezin, of nog erger, huiselijk geweld en speelt een van beide mooi weer.

Ik probeer me dat ook altijd te bedenken als ik die gevoelens ervaar: het gras LIJKT altijd groener aan de overkant!

 




Vervolg – Column

door Madelon

Inmiddels weten we dus wat er aan de hand is, maar ja, veel schieten we er niet mee op. Ja, we kunnen de buitenwereld vertellen dat er serieus wat aan de hand is en dat ik me niet aanstel, maar dat duizelen gaat er niet mee weg. En dat is iets wat ook voor mijn werkgever (en mij) duidelijk werd. Gelukkig heb ik een goede verstandshouding met mijn directrice en zijn we altijd heel open naar elkaar geweest over de hele situatie. Zij begrijpt dat ik wil werken, ik begrijp dat ik een (hele) dure werknemer ben en dat ze niet op me kunnen bouwen.

Maar ja wat dan? Ik ben 36 en wil nog zoveel, maar feit is ook dat ik maar weinig kan. Hierover later meer, want ja, op het oog lijkt er niet veel met me aan de hand…

En daar zit het hem…..op het oog! Ik zet mijn vriendelijkste glimlach op en tadaa: niks aan het handje voor de buitenwereld. Mensen zeggen wel eens dat ik moet zeggen dat het niet gaat! En ik snap waarom ze dat zeggen, maar moet ik dan iedere dag zeggen: ‘Ik ben duizelig dus eigenlijk gaat het niet zo….’? En ik weet dat dat de realiteit is, maar uiteindelijk gaat dat antwoord ook vervelen. Bij mezelf en bij een ander.

Wanneer je echt de moeite neemt om MIJ te zien/horen, dan zie je dat ik 8 van de 10 keer ergens tegenaan leun, iets vast heb of ga zitten. Dan hoor je dat ik zeg dat ik 2x per dag 1 à 2 uur rust en ’s avonds rond 21.30 uur op bed lig. Daarnaast heb je ook in de gaten dat ik bij veel verjaardagen niet aanwezig ben of op een tijdstip kom dat het rustig is, ik feestjes mijd en dat mijn vriend de dagjes uit doet met onze zoon. Ook hoor je dat ik altijd moe ben, omdat mijn ogen ontzettend hard moeten werken om mijn beeld stabiel te houden en mijn hoofd overuren maakt in het vooruit denken. Want als ik er nu voor kies naar de verjaardag te gaan, betekent dat dat ik morgen meer plat lig en andere dingen zoals het huishouden niet kan. Ook zie je dat mijn vriend, naast zijn fulltime baan, enorm veel doet in het huishouden.

Er zijn maar een paar mensen die ECHT zien hoe het met me gaat en die ook zien hoeveel verdriet ik heb. Want achter mijn glimlach naar de buitenwereld gaat een heleboel verdriet schuil. Verdriet wat een ander niet weg kan halen en waar ik zelf een weg in moet gaan vinden. En in mijn geval zal het spirituele daar een rol in gaan spelen. Hoe? Geen idee. Daar hoop ik in de loop van de tijd achter te komen.

Ook zijn er ook al heel wat gesprekken gevoerd met de Arbo-arts en arbeidsdeskundige. De laatste keer met de arbeidsdeskundige was vanwege een arbeidsdeskundig onderzoek. Daar kwam naar voren dat zowel hij als zijn collega (de Arbo-arts) vonden dat ik afgekeurd moest worden gezien de beperkingen die ik heb.

BAM! Dat was een knal in mijn gezicht! Ergens hou je er rekening mee en weet je stiekem dat dit ter sprake gaat komen, maar om het dan zo zwart wit te horen (en later te lezen) doet je echt wel wat. Mijn directrice vroeg of ik het er mee eens was dat we dit traject (WIA) in gaan zetten. Tja, wat moet je daar op antwoorden? Nee natuurlijk niet! Ik wil gewoon werken! Ik heb nog zoveel dromen en dingen die ik wil doen en dat wordt nu ineens afgepakt. Maar ja, verstandelijk weet je ook wel dat het op deze manier niet gaat. Ik weet ’s ochtends niet of ik de middag nog kan werken en lig ’s nachts wakker van de vraag; kan ik morgen wel werken?

Al met al een heel gevecht in mijn hoofd. Enerzijds wil ik nog zoveel, anderzijds is wat ik allemaal nog wil niet reëel. Ook niet naar mijn gezin. Want als ik koste wat het kost op de oude voet wil doorgaan, lijdt mijn gezin daar ook onder. Omdat ik simpelweg niks meer kan als ik thuis kom.
Nu zit ik dus te wachten op een oproep van het UWV. Nog niet voor de WIA-aanvraag, maar voor een zogeheten deskundig oordeel. Wat er op neer komt dat het UWV gaat kijken of het terecht is dat de Arbo niet achter mijn vodden aanzit om te gaan re-integreren. Wanneer het UWV denkt dat er nog wel mogelijkheden zijn, zal ik dus moeten starten met re-integratie.

Ondertussen ben ik thuis een weg aan het zoeken tussen inspanning en ontspanning. Wat voor mij kort door de bocht betekent een weg zoeken tussen wakker zijn en slapen, want wat voor mij geldt als ontspanning betekent tegelijkertijd ook inspanning. Gelukkig merk ik wel een verbetering sinds ik met de nieuwe medicatie ben begonnen. De scherpe kantjes worden er een beetje vanaf gehaald over het algemeen en ik kan het wat langer volhouden tot een volgende rust/slaappauze. Nu lijkt dat voor de meeste mensen niet zo heel bijzonder, maar voor mij is dit al een enorme stap!




Wauw! – Column

door Madelon

“Wauw, dit is spannender dan gedacht. Vertellen over je privé leven en iedereen kan dat lezen…ja duh dat is de bedoeling toch van een blog? Ja dat klopt, maar toch is het best een spannend idee dat iedereen het leest én er wat van vindt…

Om te beginnen; ik ben Madelon, wonend in het oosten van het land met mijn vriend, zoontje van 4 en onze Duitse herder.
In 2002 heb ik mijn diploma onderwijsassistent behaald en ben ik aan de slag gegaan in het speciaal onderwijs.
Eind 2007 ging ik op mezelf wonen en na een half jaar daar gewoond te hebben, leerde ik mijn vriend kennen. Een jaar later trok ik bij hem in en zo kon ons avontuur beginnen.

Helaas werd dat een iets ander avontuur dan we beiden voor ogen hadden.

Tweede Paasdag 2010, we zaten rustig aan ons paasontbijt toen ik uit het niets enorm begon te duizelen. Geen enkel beeld was normaal. Ik zeg tegenwoordig nog wel eens “Villa Volta in de Efteling is er niks bij”.
Het bleek een ontsteking op mijn evenwichtsorgaan, konden ze niks aan doen en moest vanzelf weer over gaan…en daar zit de clou van het hele verhaal…het ging niet over…
Ja, oké de heftigheid veranderde, maar helemaal duizelvrij ben ik sindsdien nooit meer geweest. Nooit? Nee nooit… Eerlijk is eerlijk, de ene dag is erger dan de andere, maar het gevoel van constant op een boot staan, dronken zijn, het gevoel dat je krijgt als je dat spelletje waarbij je 10 rondjes om een pion of iets dergelijks moet draaien, uit de achtbaan komt, uit de draaimolen komt en ga zo maar door, is nooit meer weg gegaan.

De afgelopen jaren ben ik een kei geweest in het verbergen van de klachten voor de buitenwereld. Artsen wisten niet waar het vandaan kwam en dus werd het op psychisch gegooid. Ga maar naar een therapeut en ga daar maar eens praten, er zal vast veel onverwerkte emoties zitten. Want tja, een verleden had ik wel van veel pesten en dat gaat je niet in de koude kleren zitten uiteraard. Maar ook die gesprekken bij de psycholoog hielpen niet. En maar weer terug naar de huisarts, die het ook niet meer wist.

Uiteindelijk heb ik in de afgelopen 8 jaar verschillende artsen en therapeuten gezien waaronder een KNO-arts en neuroloog (die werkten samen op de duizeligheidspoli in het ziekenhuis en zij concludeerden restverschijnselen van de ontsteking die ik net had gehad en dat zou nog weg trekken), drie psychologen, een nei-therapeut, massage-therapeut, acupuncturist, slaapcoach, praktijkondersteuner, natuurgeneeskundige arts, medium en fysiotherapeut, maar mijn duizeligheid is er niet om veranderd.

Helaas…had het er graag voor over gehad. Ondertussen raakten ook mensen in mijn omgeving achterdochtig, want tja op het oog zie je niks aan me. Ik loop redelijk normaal, kan fietsen, kan mijn zoontje optillen en met hem dansen, ik sta gezellig te praten op het schoolplein…..stelt ze zich niet gewoon aan? En tja, dat ging ik op een gegeven moment zelf ook geloven waardoor ik maar niet meer zei dat ik duizelig was en alles maar gewoon deed.

Met alle gevolgen van dien. Januari 2018 kwam ik weer thuis te zitten (we hebben inmiddels uitgerekend dat ik van de 8,5 jaar duizelig ik er 4 van in de ziektewet had gezeten door deze klachten).

Ik kon alleen nog maar huilen en de wereld ging alle kanten op. Uiteindelijk kreeg ik een gesprek met de arbeidsdeskundige, want tja weer ziek… het houdt een keertje op natuurlijk.
Gelukkig nam deze man mij uiterst serieus en hij gaf aan dat hij in zijn hele loopbaan nog nooit iemand met duizeligheid had gesproken waarbij het puur psychisch zou zijn.
Hij adviseerde mij om mijn ogen eens goed te laten controleren en een second opinion aan te vragen. Dat heb ik gedaan en in mei 2018 kwamen we er in Utrecht eindelijk achter dat ik me die ruim 8 jaar niet had aangesteld. Er was een serieuze medische oorzaak. Mijn beide evenwichtsorganen zijn blijvend beschadigd, door de ontsteking en daar zal ik mee moeten leren leven.

Hoe? Geen idee. In die zoektocht zal ik jullie meenemen.

Ook hoop ik tegelijkertijd dat ik voor wat herkenning kan zorgen, een gevoel dat je niet de enige bent en wie weet kan ik ook nog mensen inspireren of motiveren.