1

Paracetamolgebruik tijdens zwangerschap vergroot mogelijk de kans op autisme en ADHD

Paracetamol is een veelgebruikte pijnstiller. Ook onder zwangeren. Naar schatting slikt ongeveer 46 tot 56 procent van de zwangere vrouwen op een bepaald moment tijdens de zwangerschap wel een tabletje. Hoewel paracetamol als de veiligste pijnstiller onder zwangere vrouwen en kinderen wordt beschouwd, klinkt het tegengeluid steeds harder. Want mogelijk heeft paracetamol toch invloed op het ongeboren kind.

Wetenschappers hebben in een nieuwe studie een verband aangetoond tussen paracetamolgebruik tijdens de zwangerschap en een vergroot risico op ADHD en enkele vormen van autisme. Dat is overigens niet voor het eerst. Eerdere studies hebben ook al een dergelijk verband gesuggereerd. De adviezen lopen daarom uiteen, maar over het algemeen wordt nog altijd gesteld dat paracetamolgebruik tijdens de zwangerschap geen kwaad kan. De nieuwe studie trekt dit echter ernstig in twijfel.

(Bron en volledig artikel Scientias)




Game goedgekeurd als behandeling van ADHD

Gamen om beter te worden? Het kan met EndeavourXR. De game is door de Amerikaanse toezichthouder Food and Drug Administration goedgekeurd om als aanvullende behandeling van ADHD gebruikt te worden. 

Screenshot EndeavourXR

Het is de eerste keer dat een videogame wordt goedgekeurd als medicijn. In de iOS-game voor kinderen tussen acht en twaalf jaar, moeten obstakels ontweken worden en objecten worden verzameld. Uit studies van maker Akili Interactive bleek dat eenderde van de kinderen met vijf dagen per week 25 minuten spelen, zich beter kon concentreren. Deze verbeteringen hielden een maand lang stand.

EndeavourXR is bedoeld als aanvulling op bestaande behandelingen van ADHD. De game is nog niet uitgebracht. Op de website van de maker kunnen geïnteresseerden zichzelf op een wachtlijst plaatsen.

(Bron en volledig artikel RTL Nieuws)




Onderzoekers: hersens te grillig om depressie, schizofrenie of ADHD vast te stellen met fMRI-scan

Een forse tegenslag voor neurowetenschappers die in het brein zoeken naar bewijzen dat een patiënt depressief is, schizofrenie heeft of ADHD. Volgens onderzoekers van de Amerikaanse Duke University zijn fMRI-scans van hersenactiviteit te onbetrouwbaar om daar uitspraken over te doen. Niet omdat de scans niet deugen, maar omdat hersenactiviteit te grillig is.

Foto: Neurochirurgisch Centrum Zwolle

De onderzoekers van Duke doken in de data van 56 studies die zich baseren op fMRI-scans en zagen dat het brein van een bepaalde persoon telkens anders reageert op hetzelfde taakje of plaatje. ‘Het verband tussen de eerste scan en de tweede (vier maanden later) is heel zwak’, aldus onderzoeker Ahmad Hariri in een persbericht van Duke University.

Toen het in 1992 mogelijk werd met fMRI-techniek te kijken naar het brein in actie, keken wetenschappers vooral naar hoe het menselijk brein gemiddeld reageert op allerlei taakjes en plaatjes. Gaandeweg kwamen er steeds meer studies die met hersenscans iets beweren over het individu.

Zo zou het brein van pedofielen anders reageren op plaatjes van blote kinderen. Mensen met een depressie zouden een minder actieve hippocampus hebben. En met een angststoornis zou het brein anders reageren op bedreigende plaatjes. Maar als het brein zelden twee keer hetzelfde reageert is breinactiviteit dus een te grillige maat om er diagnoses mee te stellen.

(Bron en volledig artikel Volkskrant)