De avonturen met mijn rolstoel – column

image_pdfimage_print

door Marleen
In mijn vorige blog schreef ik jullie over mijn eerste ervaringen met mijn rolstoel, van de weg er naar toe tot mijn rolstoelervaringen met mijn lieve hond Damaris. Vandaag neem ik jullie mee verder in mijn avonturen met de rolstoel en dat zijn er best veel. Om niet straks een tientallen A4tjes volle column te hebben, besluit ik nu maar eventjes om de drie leukste avonturen te vertellen. Maar ja, welke dan?

Toen met dat jonge meisje door de winkelstraat? Of met vrienden in het bos vast komen te zitten met mijn stoel? Of toen we een rolstoelroute deden en ik vast zat in een zandbak? Of toen met Damaris bij de Zeeman? Of toen we op de dijk stonden en Dave dacht dat ik wel naar beneden kon en durfde met mijn rolstoel? Of de hindernissen van Berlijn? Of toen ik bijna in een beek lag met rolstoel en al??? Of toen… Of die ene keer… Of misschien wel…?

Hmmm… Oké, jullie begrijpen het al? Ja, ik heb mijn leven weer behoorlijk op de rit en ik mag er maar drie uitkiezen van mezelf. Keuzestressssss en jullie kunnen me niet eens helpen, aangezien jullie dit pas lezen als ik klaar ben met schrijven. Zucht, wat zal ik eens kiezen. De eerste keuze weet ik al zeker, toen met dat jonge meisje door de winkelstraat. Wat was dat leuk! Nou, niet moeilijk doen en kiezen, anders zit je alsnog op tientallen A4-tjes vol.

Keuze 1: ‘Toen met dat jonge meisje door de winkelstraat’
Keuze 2: ‘De hindernissen van Berlijn’
Keuze 3: Ik twijfel tussen ‘Damaris bij de Zeeman’ of ‘de rolstoelroute met de zandbak’?  Oké, deze kies ik wel als ik aan het schrijven ben, dan is dat voor jullie een verrassing.

‘Toen met dat jonge meisje door de winkelstraat’
Al flink wat weken, en ja dus ook al maanden, geleden moest ik even naar de stad. Nadat ik na de nodige in-en-uitpak-gebeuren bij de stad was beland, was het tijd om de stad in te gaan. Eerst moest ik nog wel even twee keer oversteken. Daar waar een lopend iemand simpel kan oversteken, moest ik best wel een omweggetje maken. Maar daar ben ik inmiddels wel aan gewend.
Het begon allemaal bij de stoplichten. Daar stond een vrouw met een meisje van een jaar of 7, 8. Ze zei tegen haar moeder dat ik in een gekke stoel met grote wielen zat. Ze wist blijkbaar nog niet hoe zo’n stoel heette. Haar moeder legde uit dat het een rolstoel is en dat daar mensen in zitten die niet of slecht kunnen lopen. Het meisje vroeg aan haar moeder waarom die vrouw (ik dus) in een rolstoel zat. Natuurlijk had haar moeder daar geen pasklaar antwoord op want we kenden elkaar niet. Het meisje vroeg aan de moeder of ze dat mocht vragen en dat mocht van die moeder.

Maar dan kun je ook niet springen?
Het meisje draaide zich om en vroeg aan me waarom ik in de rolstoel zat. Ik vertelde haar dat ik altijd heel veel pijn heb in mijn voeten en dat ik daardoor niet goed kan lopen. Het meisje antwoordde “maar dan kun je ook niet springen”? Nee, helaas kan ik niet meer springen. Het meisje zei daarop “maar dan kun je ook niet meer rennen”?  Nou, dat kan ik nog wel. Het meisje keek me vragend aan en zei daarop “maar je kan toch niet lopen, hoe kan je dan rennen?”.

Ik vertelde haar dat als ik heel hard mijn armen laat werken en dat ik dan zittend kan rennen. Dat vond ze blijkbaar zo leuk te horen dat ze meteen aan haar moeder vroeg of ze met me mocht rennen. De moeder keek me aan en ik knikte ja, “als zij tijd heeft, dan mag dat wel”, antwoordde ze haar dochter.

Als je in een rolstoel zit, dan kun je alles.
Toen we eenmaal overgestoken waren en een stukje rustige winkelstraat in liepen en ik ondertussen met de moeder aan het kletsen was, trok het meisje aan haar moeders jas. Ja, hier kon het.
Samen renden we, ieder op zijn eigen manier, een rondje door de winkelstraat. Wat heb ik genoten, het meisje lachte, was vrolijk en ze vond het helemaal geweldig. Daarna zei ze tegen haar moeder “mama, als je in een rolstoel zit, dan kun je alles, behalve springen.”
En zo is het maar net! Ik kan wel meer niet, maar ik kan nog steeds heel erg veel en daar ben ik best wel heel erg trots op!

‘Berlijn’
Dit is één van de steden waar ik nog altijd heel graag naar toe wilde gaan. Dave moest voor zijn werk halverwege dit jaar weer naar Berlijn en vroeg of ik mee wilde gaan. Euh, ja natuurlijk wil ik dat maar met corona, wil ik dat dan nu? Voor ik definitief ja zei, heb ik eerst maar eens even gekeken op internet en in Berlijn was corona op dat moment goed onder controle. Dan Damaris, want zij kan niet zo lang alleen thuis blijven, dat is zielig. Maar ook het pension had gelukkig een plekje vrij, dus daar kon ze heen.

Berlijn, een stad vol hindernissen…
Vooraf had Dave me al verschillende keren gezegd dat Berlijn niet rolstoelvriendelijk is… Oké, nou dat zullen we nog wel eens zien. Helaas moet ik eerlijk toegeven dat Berlijn voor rolstoelers wel eens stad is met heel veel hindernissen en uitdagingen.
De stoepranden zijn overal tussen de 4 en soms wel 30 cm hoog. Dus zelfs de laagste stoepranden moet je nemen met een wheelie en dat ging dan ook de eerste dag meteen een aantal keren mis. Te vroeg een wheelie maken, te laat een wheelie maken, gevolg, je klapt met je voorwieltjes op de stoelrand en je wordt er zelf (bijna)uit gelanceerd.
Dave vond het dan ook geen fijne gedachte dat ik dag erna in mijn ééntje door Berlijn ging zwerven. Toch ging ik dat wel doen en was het achteraf voor mij alleen maar goed, want wat heb ik veel rolstoelervaring opgedaan in drie volle dagen Berlijn.

En zo leerde ik wheelies maken.
Ik had bedacht wat ik allemaal wilde zien en ontdekken in Berlijn, dus zo ging ik de eerste twee ochtenden al vroeg op pad. Half 9 in de ochtend rolde ik dan ook al door het stille verlaten Berlijn. Ik wilde de Muur zien, naar het Holocaust monument, de Brandenburgertor en zo had ik nog wat dingetjes op mijn lijstje staan.
Op de plattegrond had ik het allemaal gemarkeerd en zo ging ik dan ook op pad. Halverwege de eerste dag kon ik wheelies maken zonder dat ik te vroeg of te laat was, wist ik precies op het oog waar ik een wheelie moest maken. Dus daar was ik ook wel heel erg trots op, nee ik hoef niet meer iedere keer stil te staan voor ik een wheelie kan maken, ook rijdend kan ik dat nu.

Oké, je kunt hier niet blijven staan, je moet naar beneden.
Maar er waren nog veel meer uitdagingen, de ergste? Nou daar komt hij! Daar sta ik dan… want ik kon die bult ‘makkelijk’ op om een foto te maken, maar nu moet ik eraf moet heb ik toch iets van vrees…
Ik zal jullie uitleggen wat ik had gedaan, want ik hoor jullie al denken… Ik wilde een foto maken van een gebouw, maar kreeg hem er niet goed op, dus dacht ik: als ik nu naar boven rol (achter me was een soort van bordes voor een gebouw, boven aan het bordes kun je het gebouw ook in), sta ik er verder vanaf en hoger, misschien kan het gebouw er dan wel net op. Echter de bult naar het bordes was van zwerfkeien gemaakt, met vele grote gek gevormde stenen, uitsteeksels en hele grote kieren.
Even moet inpraten: oké, je kunt hier niet blijven staan, je moet naar beneden en jij bent 100 keer beter dan dat je denkt. En die zwerfkeien met die grote spleten ertussen ben je echt wel de baas!
Ik maak voor mezelf een plannetje, kleine wheelies maken, proberen de voorwieltjes op stenen te laten landen, goed de hoepels vasthouden en je niet van de wijs brengen als iemand je wilt helpen. Je kan en doet dit zelf. Ik kijk nog één keer om me heen, niemand in de buurt, alles vast, niets los op schoot dat kan vallen? Nee, oké daar ga ik dan.

Kleine voorzichtige wheelie en landen, dat ging goed. Nog een keer, ook dat gaat goed. En nog een keer, yes dit gaat goed. En nog een keer en nog veel meer keren, en dan ben ik weer veilig naar beneden. Weer een nieuwe les geleerd: kijk goed of je veilig naar boven kan en óók weer veilig naar beneden kan. Het zweet gutst over mijn lichaam, maar ik heb het gered en ben dan stiekem ook wel heel erg trots op mezelf!
En zo ben ik heel veel obstakels tegengekomen die ik allemaal heb weten te overwinnen. Het bijzondere was dat je in heel Berlijn niemand in een rolstoel ziet; ze rijden allemaal op een scootmobiel. En ondanks al die vele obstakels en soms gefrustreerde gevoelens omdat ik ergens gewoon niet naar toe kon, ben ik wel verliefd geworden op deze bijzondere stad en wil ik daar nog veel vaker heen.

‘Damaris bij de Zeeman’ of ‘de rolstoelroute met de zandbak’
Tja, ik kan er maar één doen en dan besluit ik om voor Damaris te gaan. In tijden van Corona zijn veel winkels verbouwd, zo ook de Zeeman bij ons. Ik wilde er panty’s gaan halen, maar het eerste obstakel was er al… Ze hebben een mooie oprijplaat, maar doordat de winkel een winkelroute heeft met een gescheiden in- en uitgang en de oprijplaat niet de hele breedte van de ingang in beslag neemt, kun je niet met de rolstoel naar binnen want dan beland je letterlijk tegen de stapel mandjes aan. Gelukkig was medewerkster 1 zo aardig om voor mij even de mandjes aan de kant te zetten toen ik naar binnen wilde.

Netjes vraag ik of mijn hond mee mag. “Ja hoor, een hulphond mag altijd mee naar binnen.” Ik zeg maar even niets en doe netjes mijn boodschappen en ga dan naar de kassa. Damaris gaat netjes op de grond naast mijn rolstoel liggen. Medewerkster 1 is blijkbaar bang voor honden, want ze durft niet langs Damaris te lopen.
Ik vraag Damaris of ze even voor wil komen en ze staat op en gaat netjes voor de rolstoel liggen.
Bij het scannen van mijn boodschappen laat ze per ongeluk van alles vallen. Damaris wil meteen opstaan, maar ik zeg dat ze netjes moet blijven liggen. Haar tanden in mijn panty is denk ik niet de beste combinatie, al weet ik dat ze het alleen voor me wil pakken en niet wil slopen.

Tekst gaat verder onder de advertentie


De medewerkster komt achter de toonbank vandaan en pakt de boodschappen, waaronder de panty, weer van de grond. Haar collega (medewerkster 2) die een stukje verder in de winkel staat, maakt een opmerking in de trant van of ze wil kijken of de hulphond wel zijn werk doet. Waarop medewerkster 1 zegt dat deze hond wel heel braaf is, zelfs als ze spullen wil pakken en ik zeg dat ze moet blijven liggen, dat ze dat heel braaf doet. Medewerkster 2 vertelt dan dat een hulphond daarvoor word opgeleid. Waarop medewerkster 1 aan mij vraagt hoe dat in zijn werk gaat…
Daarop vertel ik dat Damaris al bijna 11 jaar mijn hond is en dat ze pas sinds begin dit jaar leert hoe ze naast me moet lopen, me kan helpen met dingen oppakken en dat ze dus officieel geen echte hulphond is en ik dus ook niet precies weet hoe het zit met een hulphond, de aanvraag en waar je dan moet zijn.
Zowel medewerkster 1 als medewerkster 2 zijn verbaasd over hoe goed Damaris het dan doet. Medewerkster 2 (die blijkbaar zelf ook honden heeft) vertelt dat ze het heel knap vindt dat ik mijn ‘stok oude dametje’ nog zoveel kan leren. Nou deze credits verdien ik niet, maar Damaris, want ongeacht haar leeftijd wil ze blijven leren en uitgedaagd worden en is ze iedere keer trots als ze weet hoe het nieuwe normaal voor mij, en dus ook voor haar, is.
En zo verlaten we de Zeeman met twee medewerksters die, denk ik, het hier nog wel even over hebben gehad.

De volgende keer vertel ik over mijn frustraties naar mijn ‘oude zorgverleners die de B12 niet hebben (willen) behandelen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

How to whitelist website on AdBlocker?

How to whitelist website on AdBlocker?

  1. 1 Click on the AdBlock Plus icon on the top right corner of your browser
  2. 2 Click on "Enabled on this site" from the AdBlock Plus option
  3. 3 Refresh the page and start browsing the site