1

Botziekte van Paget

De botziekte van Paget is een aandoening van je bot die tot vervorming van je bot leidt. Het evenwicht tussen botaanmaak en botafbraak is verstoord. Je bot wordt hierdoor sneller dan normaal afgebroken. Er is wel nieuwe botaanmaak, maar dat gebeurt slordig en niet zo ordelijk als bij een normale botaanmaak. Het nieuwe bot is zachter en brozer waardoor het sneller buigt of breekt. Ook is het nieuwe bot groter dan het oorspronkelijke bot. Je kan pijn hebben aan het aangedane bot.

De botziekte van Paget is een lang aanhoudende (chronische) botaandoening, waar je in lang niet alle gevallen last van hoeft te hebben. De aandoening is vernoemd naar Sir James Paget, die als eerste deze aandoening beschreef.

Bij de meeste mensen komt de aandoening voor in het bekken. Andere veelvoorkomende plekken zijn:

  • de botten van je rug (de wervelkolom en het heiligbeen)
  • de botten van je hoofd (de schedel)
  • de botten van je armen en benen.

Bij ongeveer de helft van de mensen met de botziekte van Paget zijn meer botten tegelijk aangetast. De aandoening breidt zich nooit uit naar andere botten.

Vooral boven de 55 jaar

De botziekte van Paget komt bij ongeveer 3,5% van de mensen boven de 55 jaar voor. Het komt bijna nooit voor bij mensen jonger dan 40 jaar. Iets meer mannen dan vrouwen krijgen de aandoening. Een goede behandeling is belangrijk om te voorkomen dat het bot steeds meer aangetast raakt en om extra problemen te voorkomen.

De oorzaak van de botziekte van Paget is onbekend. De ziekte kan binnen een familie vaker voorkomen, dus waarschijnlijk speelt erfelijkheid mee. De aandoening komt het meeste voor in Centraal- en West-Europa, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland. In Scandinavië en Azië krijgen mensen deze ziekte bijna nooit.

Virusinfectie

Ook speelt misschien een virusinfectie een rol bij het ontstaan van de botziekte van Paget. Hoe dat precies zit, is nog onduidelijk.

Pijn

De pijnklachten zijn per persoon verschillend. Veel mensen met de botziekte van Paget hebben geen klachten. Bij anderen is pijn in het bot de belangrijkste klacht. Dit is meestal een brandende, hete en diepe pijn.

Er is geen relatie tussen de hoeveelheid aangedaan bot en de mate waarin je pijn hebt. Kenmerkend is dat de pijn blijft bestaan, ook als je rust. Het weefsel rondom je bot kan warm en dik worden. Je huid voelt soms branderig aan en is soms overgevoelig. In het aangetaste bot is de doorbloeding vaak verhoogd.

Soms heb je last van spierpijn doordat het bot waaraan de spier vastzit, is vervormd. Je belast je spieren hierdoor anders.

Vervorming van het bot

Als de botten van je armen of benen aangetast zijn, kunnen ze vervormen. Als je last hebt van vervorming én een slechte botkwaliteit loop je meer kans om een bot te breken. Omdat tegenwoordig de ziekte meestal op tijd herkend en behandeld wordt, komen zichtbare verkrommingen gelukkig nog maar weinig voor.

Rugproblemen

Als je rugwervels of je bekken zijn aangetast, heb je vooral last van pijn en stijfheid. Als een aangetaste wervel van vorm verandert, kan een zenuw bekneld raken, maar dit gebeurt maar zelden.  Raakt er een zenuw bekneld dan kun je last krijgen van tintelingen of uitval. In sommige gevallen ontstaat er plotselinge rugpijn door een wervelbreuk.

Schedel

Als je de botten van je hoofd (je schedel) is aangetast, krijg je soms last van hoofdpijn, oorsuizingen of duizeligheid. Ook kun je problemen krijgen met horen en zien.

Extra klachten die niet vaak voorkomen:

  • Een extra klacht (complicatie) die niet vaak voorkomt is dat je hart overbelast raakt. Dit kan gebeuren doordat de doorbloeding in de aangetaste botten verhoogd is en er een hoge bloeddruk ontstaat.
  • Heel soms kan de aantasting van het bot tot kanker leiden. Dit gebeurt bij maar heel weinig mensen: minder dan 1% van de mensen die de botziekte van Paget hebben.

Je arts baseert de diagnose meestal op je klachten, het lichamelijk onderzoek en het bloedonderzoek.

Bloedonderzoek

Met het bloedonderzoek wil je arts weten of de hoeveelheid alkalische fosfatase  in je bloed te hoog is. Zo ja, dan is dat een aanwijzing voor de botziekte van Paget. Alkalische fosfatase is een enzym. Een enzym is een soort eiwit.

Met alkalische fosfatase is ook de te meten hoe actief je aandoening is.

Botscan

Met behulp van botscans stelt je arts vast welke botten er zijn aangedaan. Bij een botscan wordt een kleine, veilige hoeveelheid radioactieve stof in je bloed gebracht. Deze stof komt in de delen van je botten die door de aandoening zijn aangetast.

Vroegtijdig opsporen bij familie

Ben je naaste familie van iemand met de botziekte van Paget? Je kan overwegen om na je 45e een bloedonderzoek te laten doen door de huisarts. Met dat bloedonderzoek wordt de hoeveelheid alkalisch fosfatase gemeten. Dit bloedonderzoek geeft voldoende duidelijkheid over het al dan niet hebben van de aandoening.

De ziekte van Paget is nog niet te genezen. Bij veel mensen wordt de botziekte van Paget tijdig opgespoord en goed behandeld. Een goede behandeling brengt de ziekte meestal langdurig tot stilstand.

Een behandeling is verstandig als je

  • veel klachten hebt en veel pijn
  • risico loopt op extra klachten, bijvoorbeeld verdrukking van een zenuw

Ook is een behandeling van belang, voorafgaand aan een operatie in het gebied om bloedingsrisico’s te verkleinen

Schade aan je bot is helaas niet meer te herstellen. Het komt voor dat je hierdoor na de behandeling nog klachten houdt.

Medicijnen

De behandeling bestaat uit het gebruik van een medicijn uit de groep bisfosfonaten. Zo’n medicijn hecht zich bij je bot op de aangetaste plekken. Het vermindert de activiteit van botafbrekende cellen. Er ontstaat zo weer een normaal evenwicht tussen botafbraak en botaanmaak. Bij de behandeling met een bisfosfonaat kan de pijn in het bot eerst iets toenemen, maar na een aantal weken wordt de pijn minder.

Het meest gebruikte bisfosfonaat bij de botziekte van Paget is Zoledronaat, dit krijg je eenmalig via een infuus. Met een eenmalige behandeling met Zoledronaat wordt vaak voor jaren de botziekte tot rust gebracht.
Lees meer over je specifieke medicijn

Behandelaars

Voor de behandeling van de ziekte van Paget kom je meestal bij een reumatoloog of internist. Afhankelijk van de klachten die je hebt, kan je terecht bij andere behandelaars.

Denk aan een oefen- of fysiotherapeut die je helpt en advies geeft welke vorm van bewegen voor jou geschikt is.

Lees meer over verschillende behandelaars

Aanvullende behandelingen

Soms merken mensen met een reumatische aandoening een positief effect van alternatieve behandelingen. Overleg altijd eerst met je arts voordat je met een alternatieve behandeling begint omdat die die bijwerkingen kan geven of een wisselwerking kan hebben met de medicijnen die je gebruikt.
Lees meer over alternatieve behandelingen

(Bron en meer informatie: ReumaNederland)




Toename van ziektes zoals obesitas en diabetes type 2: ‘We willen dat iedereen kan blijven meedoen’

Het aantal leefstijlgerelateerde ziekten neemt de laatste jaren sterk toe. Obesitas en diabetes type 2 zijn voorbeelden van ziektes waarop een verandering van eet- en beweeggedrag veel effect kan hebben. Tegelijkertijd is gezond eten en bewegen in onze moderne leefomgeving niet makkelijk. Hoe kan er een gezonde omgeving worden gecreëerd? En hoe help je mensen om gezonder te leven, te werken en ‘gezonder ziek’ te zijn? Twee experts leggen uit hoe innovatie en preventie hand in hand gaan.

Een groot deel van de leefstijlgerelateerde chronische ziekten wordt mede veroorzaakt door factoren in leefomgeving en gedrag, ziet Marloes van der Klauw, consultant bij de TNO-unit Healthy Living. “Het gaat ons dan zeker ook om het voorkomen van ziekte.” Samen met haar collega Hanneke Molema werkt Marloes aan een oplossing.

“We zijn al een hele tijd bezig met innovaties voor een gezondere leefomgeving en leefstijl, die bijdragen aan ‘gezonder ziek zijn’ en mensen ondersteunen in het maken van gezonde keuzes”, vertelt Hanneke.

(Bron en verder lezen: NU.nl)

 




Wereld Gehandicapten Dag is en blijft nodig

Zaterdag 3 december is het de Internationale Dag voor Mensen met een Beperking, kortweg Wereld Gehandicapten Dag. Wereldwijd vraagt de Verenigde Naties op deze dag extra aandacht voor de mensenrechten en gelijke kansen voor mensen met een beperking. Is deze extra aandacht in Nederland nog nodig?

Foto: Facebook Toegankelijkheid voor Gehandicapten

Nederland heeft het VN-verdrag Handicap immers al in 2016 geratificeerd? En we zijn een welvarend land. Is Wereld Gehandicapten Dag voor ons land nog een belangrijke dag? Jazeker wel, zegt belangenbehartiger Ieder(in).

Het hele jaar door vraagt Ieder(in) aandacht voor de aanhoudende achterstandspositie van mensen met een beperking. Die achterstand ervaren mensen met een beperking op alle terreinen van het leven: wonen, werken, leren, vervoer en meer.

De verhalen die Ieder(in) bereiken, tonen het onomstotelijk aan: aandacht voor de positie van mensen met een beperking is nog steeds hard nodig, ook in Nederland.
Daarom spreekt de belangenbehartiger op Wereld Gehandicapten Dag iedereen aan die beslissingen neemt die van invloed zijn op het dagelijks leven van mensen met een beperking. Ieder(in) doet een oproep aan iedereen die invloed heeft, aan touwtjes kan trekken of knopen kan doorhakken:

“Beste
Minister,
Tweede Kamerlid,
Raadslid,
schoolbestuurder,
werkgever,
architect,
beleidsmedewerker,
directeur,
ondernemer,
etc,
etc,

werk elke dag mee aan de verbetering van de positie van mensen met een beperking. Betrek hen bij de beslissingen die je neemt en zorg er zo samen voor dat Nederland echt toegankelijk en inclusief wordt.”

#WereldGehandicaptendag2022 #WerkElkeDagMeeAan

(Bron: Nationale Zorggids)




Huisartsenpost in weekend telefonisch vaak slecht bereikbaar

PERSBERICHT

Wie op een zaterdagavond dringend een huisarts nodig heeft, moet gemiddeld 9 minuten wachten tot de dienstdoende huisartsenpost de telefoon opneemt. Bij 10 procent van de huisartsenposten bedraagt de gemiddelde wachttijd zelfs 25 minuten of langer. Dit blijkt uit onderzoek van klantcontactbeheerder Interswitch.

In het onderzoek zijn alle Nederlandse huisartsenposten op twee verschillende zaterdagavonden gebeld. De wachttijd blijkt per regio flink te verschillen. Zo bedraagt de gemiddelde wachttijd in Amsterdam maar liefst 50 minuten, terwijl je in andere regio’s direct iemand aan de lijn krijgt.

Provinciale verschillen

Op provinciaal niveau scoort Flevoland het slechtst met een gemiddelde wachttijd van 19 minuten. Ook in de provincies Friesland, Noord-Brabant en Limburg ligt de gemiddelde wachttijd flink boven het Nederlandse gemiddelde van 9 minuten. Daarentegen bedraagt de gemiddelde wachttijd in Drenthe slechts drie minuten, in Zeeland één minuut en in Groningen is er zelfs helemaal geen wachttijd.

Barrières tijdens het bellen

Uit het onderzoek blijkt ook dat veel huisartsenposten door middel van een welkomstboodschap en/of keuzemenu barrières creëren om aan de lijn te blijven. Bijvoorbeeld door te benadrukken dat de patiënt mogelijk zelf de kosten voor het gesprek en de eventuele afspraak zal moeten betalen, of door de beller te verplichten om een BSN-nummer in te voeren.

De volledige onderzoeksresultaten staan op: https://www.interswitch.nl/onderzoek-bereikbaarheid-huisartsenposten/

(Bron: Interswitch)




Wegwijzer Patiëntenfederatie helpt bij kiezen zorgverzekering

Het overstapseizoen van de zorgverzekeringen is weer begonnen. Iedereen heeft de afgelopen weken een nieuw polisaanbod van de zorgverzekeraar in de bus gekregen en heeft nu tot januari om te beslissen wel of niet te wisselen van zorgverzekering of verzekeraar. Opzeggen van de huidige polis kan tot 1 januari, overstappen naar een andere verzekeraar kan tot 1 februari.

Maar waar moet je op letten als je een nieuwe zorgverzekering kiest?
Wil je een naturapolis waarbij alle zorg wordt vergoed die door je zorgverzekeraar is ingekocht of wil je zelf je zorgverleners kiezen, ook als die niet zijn ingekocht door je zorgverzekeraar? En hoe gaat dat dan met vergoedingen en al of niet bijbetalen?

De weg naar antwoorden op deze en andere vragen staan in de wegwijzer zorgverzekering van Patiëntenfederatie Nederland, een keuzehulp op weg naar een andere zorgverzekering.

Denk goed na

De keuzehulp past in de adviezen van de Patiëntenfederatie voor het kiezen van een zorgverzekering. Eerder liet directeur Dianda Veldman weten dat je goed moet nadenken wat je doet als je voor de keuze staat. Ze reageerde op een uitspraak van de rechter in een conflict van het Jeroen Boschziekenhuis in ‘s-Hertogenbosch en een patiënt. De patiënt had een goedkope budgetpolis bij Zekur. Die zorgverzekeraar was door het ziekenhuis niet gecontracteerd, zodat mensen met zo’n polis zelf opdraaien voor de ziekenhuisrekening.

Het ziekenhuis meldt dat ook op de website en geeft nieuwe patiënten ook informatie waaruit dat blijkt. Toch liet de vrouw zich behandelen in het ziekenhuis. Omdat ze de rekening niet betaalde kwam de zaak bij de rechter. Die oordeelde dat de vrouw had kunnen weten dat haar polis niet genoeg was voor het ziekenhuis. Het staat duidelijk op de website en patiënten worden voor behandeling nog eens daarop gewezen. De vrouw moet de rekening dus betalen.

Dianda Veldman: “Dit geeft aan dat mensen echt goed moeten nadenken voor ze een budgetpolis nemen. En als je zo’n polis hebt, zoek dan goed uit of het ziekenhuis of de zorgverlener van jouw voorkeur wel een contract heeft met de verzekeraar die deze polis verkoopt. Want voor je het weet loop je tegen hoge kosten op.”

Goede informatie is belangrijk

Wij hebben met zorgverzekeraars en zorgverleners in het Integraal Zorgakkoord opnieuw afgesproken dat zorgverleners voor aanvang van de behandeling de patiënt informeren over de vraag of ze zijn ingekocht door de verzekeraar. Dat is hier gebeurd, en toch gaat het nog mis. Dat is triest en dat moeten we echt zoveel mogelijk voorkomen. Vraag als patiënt dus ook altijd of je zorgverlener wel door jouw verzekering wordt vergoed. Dat voorkomt later heel veel leed.”

Klik hier voor de Wegwijzer Zorgverzekering Kiezen

(Bron en meer informatie: Patiëntenfederatie)




Vertrouwen in medicijnen neemt iets toe

Het vertrouwen van Nederlanders in hun medicijnen is iets toegenomen. Dat concludeert het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Vier jaar geleden gaven Nederlanders hun medicijnen een 7,9, nu is dat een 8,2.

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay

Ook vaccins krijgen met een 7,8 een ruime voldoende, blijkt uit het onderzoek onder ruim 1000 consumenten/patiënten dat is uitgevoerd door onderzoeksbureau Nivel. Wel is er wat minder vertrouwen in de coronavaccins dan in vaccins in het algemeen. De coronavaccins worden beoordeeld met een 6,8. Bijwerkingen worden het meest genoemd als factor die het vertrouwen kan verminderen.

Het vertrouwen in artsen en apothekers als bron voor informatie over medicijnen is nog steeds hoog. Ook de bijsluiter scoort goed. 8 van de 10 respondenten hebben veel vertrouwen in de bijsluiter, terwijl dit in 2018 nog 7 op de 10 was. Medicijninformatie op sociale media, zoals Twitter en Facebook, krijgt net als in 2018 het minste vertrouwen.

(Bron en verder lezen: NOS)




Meer mensen kiezen voor hoog eigen risico: ‘Denk er heel goed over na’

Steeds meer Nederlanders kiezen voor een hoger eigen risico bij hun zorgverzekering. Daarmee hopen ze te besparen op hun zorgpremie. Maar dat is niet zonder risico’s, waarschuwen experts.

Zorgvergelijker Independer zette de cijfers van de eerste groep overstappers op een rij. Wat opvalt: van de duizenden overstappers kiest een steeds grotere groep voor het maximale eigen risico van 885 euro. Dit jaar stijgt het naar maar liefst 38,7 procent, vorig jaar deze tijd koos 29,5 procent hiervoor, twee jaar geleden was dat een kwart.

,,De zorgpremies gaan flink omhoog en mensen zoeken manieren om daarop te besparen”, verklaart zorgexpert Bas Knopperts. Vergelijker Geld.nl deelt dit beeld. Vorig jaar deze tijd koos 30 procent van de overstappers via Geld.nl voor een hoger eigen risico, nu ligt dat op ruim 37 procent. Het gros kiest het maximale bedrag. ,,Gezien alle stijgende prijzen was te verwachten dat mensen kritischer zouden kijken naar hun zorgpolis”, reageert zorgexpert Amanda Bulthuis.

Het verhogen van het eigen risico kan riskant zijn, waarschuwt de Patiëntenfederatie. ,,Het kan zijn dat je geld bespaart, maar het is ook goed mogelijk dat je op enig moment dat geld moet ophoesten. Dus denk er goed over na”, waarschuwt de belangenorganisatie.

(Bron en verder lezen: AD)




Wie leeft met meerdere aandoeningen kan vaak moeilijk de regie houden

Mensen die leven met twee of meer aandoeningen hebben het vaak niet gemakkelijk om de regie te houden over het leven. Hun kwaliteit van leven wordt sterk beïnvloed door de ziektes en het ontbreekt vaak aan ondersteuning om met de aandoeningen goed te kunnen leven.

Dat blijkt uit onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland en haar leden onder dertienduizend mensen. Van hen hadden er meer dan zevenduizend twee of meer aandoeningen. De gevolgen voor de kwaliteit van leven zijn fors en uiten zich in belemmeringen in de dagelijkse activiteiten van deelnemers (79%), deelname aan de maatschappij (58%) of in mentale klachten (44%). Een op de drie deelnemers aan het onderzoek heeft last van alle drie.

Tegelijk valt op dat veel mensen met twee of meer aandoeningen behoefte hebben aan ondersteuning hoe om te gaan met de aandoeningen en hoe ze elkaar beïnvloeden. Datzelfde geldt voor het gebruik van de medicijnen voor meerdere aandoeningen. Bij één op de drie deelnemers met meerdere medicijnen hebben deze medicijnen soms, meestal of altijd een nadelige invloed op elkaar.

Bij vier op de tien deelnemers is er een coördinator die de zorg en begeleiding overziet en coördineert. Maar vaak nemen deelnemers zelf deze rol op zich: 21% noemt zichzelf coördinator, 31% heeft om die reden geen coördinator nodig en 28% zou het daarom juist fijn vinden om er één te hebben. Het kost deelnemers zelf vaak veel moeite om deze rol op zich te nemen, vanwege hun slechte gezondheid of omdat het teveel tijd kost. Maar ze doen het omdat niemand anders het voor ze doet.

Patiëntenfederatie Nederland roept zorgverleners op om hier in de spreekkamer en in overleg met collega’s serieus werk van te maken. Zorg voor betere coördinatie en afstemming. Maak bespreekbaar waar mensen behoefte aan hebben, en focus niet alleen op de aandoeningen. Bespreek ook welke zorg en ondersteuning nodig is om goed te kunnen leven met alle aandoeningen. Overleg meer samen met en minder alleen over de patiënt. En ben je bewust van de wisselwerking van de aandoeningen en van de bijbehorende medicijnen want lang niet alle medicijnen verdragen zich goed met andere.

Leven met aandoening

Zeven op de tien deelnemers aan het onderzoek hebben al meer dan tien jaar meerdere aandoeningen. Negen op de tien geven aan dat enkele (48%) of zelfs alle aandoeningen (43%) een negatieve invloed hebben op hun kwaliteit van leven. 64% van de deelnemers zegt dat de aandoeningen die ze hebben invloed op elkaar hebben, de helft vindt dat de aandoeningen zelfs veel invloed op elkaar hebben, vaak in negatieve zin.

Deelnemers praten wel met anderen over hun aandoening(en) (70%). Vaak is dat met mensen zonder aandoening (46%), maar ook regelmatig met mensen met andere aandoeningen (39%), of met één (40%) of meerdere (25%) met dezelfde aandoeningen. Maar bijna een kwart van de mensen die praat over de aandoening mist iets in die gesprekken: begrip of inlevingsvermogen van de gesprekspartner. Ook missen mensen contact met lotgenoten, mensen die hetzelfde hebben of meemaken. Ook missen zij professionele informatie over het totaalplaatje van hun aandoeningen. En ze zoeken oplossingen hoe ze om moeten gaan met hun aandoeningen en hoe ze hiermee verder kunnen komen.

(Bron en meer informatie: Patiëntenfederatie Nederland)




Verkeerde diagnoses bij vrouwen, zorg ingericht op man

Pijn op de borst? Paniek. Migraine? Stress. Extreme buikpijn? Trekt vast wel weg. Al tientallen jaren worden vrouwen verkeerd of niet gediagnosticeerd met een ziekte omdat het mannenlichaam in onderzoek en praktijk vaak de norm is. Vandaag overhandigt de stichting Voices For Women een petitie met ruim 53.000 handtekeningen aan de Tweede Kamer om aandacht te vragen voor genderspecifieke zorg.

Structureel geld om deze problematiek op te lossen is er nu niet. Het ministerie van Volksgezondheid gebruikt nu 3 miljoen euro om de kennisachterstand over sekse- en genderverschillen te verkleinen. Dat is een fractie van het geld dat in totaal beschikbaar is voor medische onderzoeken (326,2 miljoen euro).

“De geneeskunde is voor een groot deel in de jaren 50 en 60 ontwikkeld, vóór en dóór mannen”, legt hoogleraar Bart Fauser uit. Hij zet zich als medeoprichter van Alliantie Gender en Gezondheid in om het besef over genderverschillen in de zorg te vergroten.

“In die tijd is er bewust voor gekozen om studies vooral uit te voeren op mannen. Grotendeels omdat bij vrouwen ernstige complicaties zouden kunnen ontstaan bij onverwachte of onbedoelde zwangerschappen.” De veronderstelling was dat de onderzoeksresultaten voor mannen hetzelfde waren als voor vrouwen. “Dat klopt niet. Bijna alles in het lichaam verschilt voor man en vrouw.”

(Bron en verder lezen: NOS)




In Europa sterven door resistente bacteriën jaarlijks 35.000 mensen

Jaarlijks sterven in Europa 35.000 mensen door bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica, en dat aantal stijgt. Dat blijkt uit een recent rapport van het Europees Centrum voor Ziektepreventie en Bestrijding (ECDC). Sommige wetenschappers vrezen dat in 2050 meer mensen zullen overlijden aan resistente bacteriën dan aan kanker.

Kunnen we het tijd nog keren? Afdelingshoofd Medische Microbiologie en hoofd Centrum voor Infectieziekten van het Radboudumc Heiman Wertheim beantwoordt vijf vragen over resistentie.

Hoe ontstaan resistente bacteriën?
‘Bacteriën passen zich makkelijk aan als ze de omgeving niet prettig vinden, zoals bij blootstelling aan antibiotica. Ze veranderen dan hun DNA. Ze pikken genen op uit het milieu of passen hun eigen genen aan. Zo’n verandering kan helpen om met het antibioticum om te gaan. Het zorgt bijvoorbeeld dat het aangrijpingspunt van het antibioticum verandert, of dat de bacterie het antibioticum af kan breken of uit de cel kan pompen, zodat geen schade ontstaat. Die DNA-veranderingen kunnen bacteriën ook doorgeven. Bacteriën die resistent zijn hebben een voordeel als een patiënt een antibioticakuur krijgt. De patiënt wordt dan niet beter.’

(Bron en verder lezen: Zorgkrant)